AMMONIETEN


HET VAKJARGON VAN A TOT Z IN VIER TALEN MET VERKLARENDE TEKST

NEDERLANDS DUITS FRANS ENGELS VERKLARENDE TEKST
achthoekig       winding achthoekig van vorm.
adventief lobben Adventivloben     onafhankelijke lobben tussen E en L
        welke alleen bij Goniatieten voor-
        komen.
afgeknot       zie tabulaat.
afgeknot met groef       zie tabulaat/sulcaat.
afstand van ribben       afstand ribben t.o.v. elkaar.
anaptychen Anaptychen   anaptychus enkelvoudige sluitplaat in gebruik bij
        sommige ammonieten.
aptychen Aptychen   aptychus een paar sluitplaten in gebruik bij
        sommige ammonieten.
beginkamer Protoconch protoconque protoconch de eerste (embryonale) kamer.
  =Anfangskammer      
  =Windungsursprung      
biconcaaf biconcav biconcave biconcave dubbel hol staande rib in de richting
        van de mond.
biconvex biconvex biconvex biconvex dubbel bol staande rib in de richting
        van de mond.
binnenlobben Innenloben     de lobben die niet zichtbaar zijn.
binnensutuur Innensutur   internal suture de sutuur afgedekt door de voor-
        gaande winding.
bipartiet gegabelt bifurquée bifurcate zich in tweeën splitsende rib.
  =bipartit =primaire =biplicate  
  =Spaltrippen   =bipartite  
breed ellipsvormig breitelliptisch     winding breed ellipsachtig van vorm.
breed rechthoekig breitrechteckig      winding breed rechthoekig van vorm.
breed trapezium- breittrapezoid     winding breed trapeziumachtig van
vormig.       vorm.
buitenlobben  Aussenloben     de lobben die zichtbaar zijn.
buitensutuur Aussensutur   external suture de sutuur die niet is afgedekt.
bullae Bullae bullae bullae langgerekte knobbels in de richting
        van de rib.
cadicoon cadicon cadicône cadicone tonvormig met diepe navel.
carinaat carinat caréné carinate ventrale zijde met geprononceerde
      =keeled kiel.
clavi Clavi clavus clavi langgerekte knobbels in de richting
        van de winding.
concaaf konkav concave concave hol staande rib in de richting van de
        mond.
concaaf/bicarinaat konkav/bicarinat concave/bicaréné concave/bicarinate ventrale zijde met twee kielen en
        groef.
convex konvex convexe convex bol staande rib in de richting van de
        mond.
coronaat coronat   coronate kroonvormig.
cotype        
criocoon advoluut déroulée criocone los gewonden.
diameter Diameter diamètre diameter doorsnede van het ammonietenhuis.
dicht opeenstaand engständig approximées approximated dicht opeenstaande ribben.
diversipartiet diversipartit   diversipartite splitsende rib meervoudig naar een
        kant.
dorsale lob I Dorsallobus   dorsal lobe lob op het dorsale deel van de
  =Internlobus     winding.
dorsale zadel Dorsalsattel     zadel in het dorsale deel van de
  =Internsattel     winding
dorsale zijde Dorsalteil partie intérieure   het afgedekte deel van de winding.
driehoekig dreieckig subtriangulaire triangular winding driehoekig van vorm.
  =triangular      
eivormig oval ovale oval winding eiachtig van vorm.
ellipsvormig ellipsoid subeliptique ellipsoid winding ellipsachtig van vorm.
      =elliptical  
ellipticoon ellipticon   ellipticone excentrisch van vorm.
evoluut evolut evolute evolute een wijde navel.
exemplaar Exemplar speciment specimen exemplaar.
externe lob E Externlobus lobe externe external lobe lob op het ventrale deel van het
  =Ventrallobus =ventral lobe =ventral lobe ammonietenhuis.
externe zadel Externsattel selle externe external saddle zadel in het ventrale deel op de
        mediaan van de winding.
  =Ventralsattel   =ventral saddle  
  =Mediansattel   =median saddle  
externe zijde       zie ventrale zijde.
falcaat falcat falciforme falcate sikkelvormige rib.
  =sichelformig   =sigmoid  
falcoid falcoid   falcoid bijna sikkelvormige rib.
familie Familie famille family familie.
fasiculaat       zie gebundeld.
fastigaat fastigat fastigié fastigate ventrale zijde waarvan kiel niet
        afgezet.
fibulaat fibulat fibulée looped lusvormige rib
    =enboucles    
flank Flanke flanc flank de zijkant van de winding
  =Lateralregion     onderverdeeld in drie gebieden.
-bovenste deel aussere flanc externe outer half het bovenste deel van de flank.
  Flankelhälfte      
-middelste deel   médiane du flanc   het middelste deel van de flank.
-onderste deel innere Flankenhälfte flanc interne inner half het onderste deel van de flank.
flankgroef Flankenfurche sillon latéral spiral groove groef op de flank die meebuigt met
      =fasciculate de winding.
      =sulks  
fragmocoon Phragmokon phragmocône phragmocone het gekamerde deel van het huis.
gebundeld Rippenbündelung fasciculées bundled het bundelen van ribben op de
      =fasciculate navelwand.
gecrenuleerd kreneliert   crenulate(d) ventrale zijde met kiel in vorm van
  =Zopfkiel     afgezette tandjes.
gekield       zie carinaat.
genus       zie geslacht.
geplooid       zie plicaat.
geslacht Gattung genre genus geslacht.
groeilijn Anwachslinie   growth line groeilijn.
hamiticoon hamiticon hamiticône hamiticone haakvormig.
heteromorf heteromorph heteromorph heteromorph afwijkende vorm.
holotype Holotypus holotype holotype exemplaar gebruikt bij het voor de
        eerste maal beschrijven van 'n soort.
hoogrechthoekig hochrechteckig subrectangulaire   winding hoogrechthoekig van vorm.
hypotype        
insnoering Einschnürung constriction constriction ongeveer radiaal verlopende groef.
interne lob       zie dorsale lob.
involuut involut involute involute een nauwe navel.
karteling Zerschlitzung     kartelingen van de sutuur.
kiel Kiel carène keel in het midden van de ventrale zijde
        kan een kiel aanwezig zijn.
kielgroef Kielfurche sillons keel groove groef aan weerszijden van de kiel.
knobbels Knoten nodosité   knobbels.
koordvormig   cordé   ventrale zijde met koordvormige kiel.
lanceolaat lanzettlich lancéolé lanceolate ventrale zijde met lansvormige kiel.
=lansvormig =scharfrückig     zie lanceolaat.
laterale knobbels Lateralknoten   lateral nodes knobbels op de flank.
laterale lob L Laterallobus lobe latéral lateral lobe lob naast de externe lob als er geen
        adventief lob is
laterale zadel Lateralsattel selle latérale lateral saddle zadel(s) aan weerszijden van de
        laterale lob.
laterale zijde       zie flank.
lectotype Lectotypus   lectotype  
lirae     lirae ribben die parallel lopen aan de
        windingrichting.
lob Lobus lobe lobe het deel van de sutuur dat concaaf
        naar de opening is gericht.
luchtkamer Luftkammer   camera luchtkamer.
macroconch Makrokonch macroconque macroconch macroconch is waarschijnlijk
        vrouwelijk exemplaar.
mediaan Medianlinie médiane median de symmetrielijn van het
  =Medianebene     ammonietenhuis.
mediaanzadel       zie externe zadel.
mediane insnijding Median-Inzision     mediane insnijding in een zadel
microconch Mikrokonch microconque microconch microconch is waarschijnlijk mannelijk
        exemplaar. (sexuele dimorfie).
mond Mündung aperture aperture mond van de ammoniet.
    =bouche =mouth  
mondrand Peristom   apertural rim mondrand van de ammoniet.
  =Mundrand   =peristome  
morphotype        
navel Nabel ombilic umbilicus gebied binnen de windingnaad van
        de laatste winding.
naveldiameter Nabelweite diamètre de l'om- umbilical width de diameter van de navel.
    bilic    
navelrand   rebord pério- umbilical rim  
    ombilical =umbilical edge  
navelwand Nabelwand paroi ombilicale umbilical wall het umbilicale deel van de winding in
  =Nabelabfall =retombée   het gebied tussen de flank en de
  =Innenbug ombilicale   dorsale zijde.
  =Umbilikalregion =bord ombilical    
neotype Neotypus     exemplaar aangewezen om het
        verloren gegane holotype te
        vervangen.
omgeving windings- Nahtregion     de direkte omgeving van de
naad       naad.
onderfamilie Unterfamilie sous-famille subfamily onderfamilie.
ondergeslacht Untergattung sous-genre subgenus ondergeslacht.
ondersoort Unterart sous-espèce subspecies ondersoort.
onzichtbare sutuur Innere Lobenlinie     de sutuurelementen door voorgaande
        winding bedekt.
oren Ohren oreillettes lappets oorvormig uitgroeisel aan de
  =Apophysen =apophyses   peristoom.
overlappende sutuur        
oxycoon oxycon oxycône oxycone schijfvormig met scherpe rand en
        zeer nauwe navel.
parabolisch parabolisch parabilique parabolic parabolische rib.
paratype Paratypus     exemplaar vastgelegd na het bepalen
        holotype.
peristoom       zie mondrand.
planulaat =planulat   =planulate zie platycoon.
platycoon platycon platycône platycone plat, zegt niets over de rand.
plicaat plicat plissée plicate geplooide rib.
  =gefaltet      
  =Faltrippen      
polygyraat polygyrat     polygyrate rib.
polyplook polyplok     meermalen in tweeën splitsende rib.
primairsutuur Primärsutur     sutuur van het tussenschot tussen de
        1e en 2e kamer.
proconcaaf vorgeschwungen projectée projected naar voren buigende rib.
proradiaal proradial proverse prorsiradiate naar voren leunende rib.
=prorsiradiaal   =prorsiradiée    
prosutuur Prosutur   prosuture de eerste sutuur van een individu.
protoconch       zie beginkamer.
protolobben Protoloben     de lobben E.L. en I.
quadripartiet quadripartit   quadripartite zich in vieren splitsende rib.
radiaal radial rectiradiée radial rechtstandige rib.
rectiradiaal     =rectiradiate zie radiaal
retroradiaal retroradial rétroverse rursiradiale achteroverleunende rib.
    =rursiradiée    
ribben Rippen côtes ribs ribben.
      =costa  
      =pita  
richting van de ribben Rippenrichtung     richting welke rib uitgaat.
rond gerundet subcirculaire round winding rond van vorm.
  =rotundus   =circular  
rursiradiaal       zie retroradiaal.
scaphicoon scaphicon scaphitocône scaphicone afwijkende vorm.
schaal Schale   conch originele restanten van het
      =shell ammonietenhuis.
septicarinaat septicarinat septicaréné septicarinate ventrale zijde met een gevloerde kiel.
  =Hohlkiel      
septum       zie tussenschot.
serpenticoon serpenticon serpenticône serpenticone slangvormig.
sferocoon sphaerocon sphéroïdale sphaerocone bolvormig.
sferoïdaal       zie sferocoon.
sifo       zie syphobuis.
sifonale lob Siphonallobus lobe siphonal siphonal lobe de eerste lob op de mediaanlijn.
         
simpele rib       enkelvoudige rib die niet vorkt.
sinueus       zie sinusvormig.
sinusvormig sinusförmig sineuse sinuous in S-vorm golvende rib.
    =flexueuse =sigmate  
skulptuur Skulptur sculpture   aftekeningen/decoratie op het
        amonietenhuis.
soort Art espèce species soort.
spitsboogvormig spitzbogenförmig     winding spitsboogachtig van vorm.
steenkern Steinkern moule interne internal mould afgietsel van de binnenzijde van het
        huis.
stekels Stacheln épines spines stekels.
striae Striae striae striae zeer fijne ribben.
sulcus?       zie flankgroef.
suspensief lob suspensiv Lobus lobe suspensif suspensive lobe naar achter buigende sutuur.
suturale lob Suturallobus     de laatst gevormde umbilicale lob
        (ben) aanweerzijden van de naad.
sutuurlijn Sutur suture suture kontaktlijn tussen het tussenschot en
  =Lobenlinie =cloisonnaire   de buitenwand.(komt niet altijd voor)
syntype Syntypus      
syphobuis Sipho tube siphonal siphonal tube buis aan de ventrale kant van het
        huis, die alle kamers met het dier
        verbindt.
tabulaat tabulat tabulaire tabulate ventrale zijde met vlakke kiel.
      =runcinate  
tabulaat/sulcaat tabulat/sulcat tabulaire/sulqué sulcate   vlakke ventrale zijde met groef.
topotype        
trapeziumvormig trapezoid subtrapézoïdale trapezoid winding trapeziumachtig van vorm.
tricarinaat/bisulcaat tricarinat/bisculcat tricaréné/bisulqué tricarinate/bisulcate ventrale zijde met drie kielen en twee
      =trisulcate groeven.
tripartiet tripartit trifurquée trifurcate zich in drieën splitsende rib.
      =triplicate  
      =tripartite  
tuberkels Tuberkeln tubercules tubercles wat meer geprononceerde knobbels.
  =Höcker      
tussenschot Septum Septum Septam de wanden die de gaskamers
        scheiden.
tussenrib Schaltrippen intercalaire intercalatory kortere losse tussenrib.
type-exemplaar Typusexemplar   type specimen  
typegeslacht Typusgattung   type genus het aangewezen exemplaar dat vol-
        doet aan de algemene beschrijving
        van het geslacht.
typesoort Typusart espèce-type type specius het aangewezen exemplaar dat
        precies voldoet aan de beschrijving
        van de soort.
umbilicale knobbels Umbilikalknoten   umbilical nodes knobbels op de binnenzijde van de
        winding.
umbilicale zijde        
umbilicale lob U Umbilikallobus lobe umbilicale umbilical lob lob(ben) tussen L en I.
umbilicale naad       zie windingsnaad.
umbilicale zadel Umbilikalsattel     zadel(s) tussen de umbilicale lobben.
umbilicale zijde       zie navelwand.
umbilicus       zie navel.
ventermediaan Ventermittelinie     het raakvlak van de venter met de
        mediaan.
ventrale knobbels Ventolateralknoten   ventral nodes knobbels op de buitenzijde van de
        winding.
ventrale lob       zie externe lob.
ventrale zadel       zie externe zadel.
ventrale zijde Venter region ventrale venter de ventrale zijde van de winding.
  =Externseite =region siphonale =extern side  
    =aire siphonale    
    =partie extérieure    
    =aire ventrale    
ventrolateraal gebied Ventrolateral bord latéro ventral   het ventrolateraal gebied vormt het
  =Aussenbug =bord extérieur   overgangsgebied tussen de ventrale
        zijde van de flank.
ventrolaterale knob- Ventrolateralknoten   ventrolateral nodes knobbels op het ventrolaterale deel
bels       van de winding.
ver uiteenstaand weitständig distantes distant ver uiteenstaande ribben.
vierkant quadratisch subquadratique quadrate winding vierkant van vorm.
virgatotoom virgatipartit virgatoïde virgatotome  
winding Windung   whorl een omgang van het ammonieten-
        huis.
windingbreedte Windungsbreite epaisseur whorl width de breedte van de winding.
      =whorl breadth  
windingdoorsnede Windungsquerschnitt section whorl section dwarsdoor­snede van de winding
windinghoogte Windunghöhe hauteur whorl height de hoogte van de winding.
windingnaad Windiungsnaht ligne d'involution umbilical seam de lijn waar de windingen met elkaar
  =Nabelnaht     in contact komen.
woonkamer Wohnkammer loge d'habitation body chamber de verblijfkamer van het dier.
zadel Sattel selle saddle het deel van de sutuur dat convex
        naar de opening is gericht.
zigzaggend zickzackförmig zig-zag zigzag zigzaggende rib.
         
DUITS NEDERLANDS VERKLARENDE TEKST
advoluut criocoon los gewonden.
Adventivloben adventief lobben onafhankelijke lobben tussen E en L welke alleen bij Goniatieten voorkomen.
Anaptychen anaptychen enkelvoudige sluitplaat in gebruik bij sommige ammonieten.
Anfangskammer   zie Protoconch.
Anwachslinie groeilijn groeilijn.
Aptychen aptychen een paar sluitplaten in gebruik bij sommige ammonieten.
Aussenbug   zie Ventrolateral.
Apophysen   zie Ohren.
Aussenloben buitenlobben de lobben die zichtbaar zijn.
Aussensutur buitensutuur de sutuur die niet is afgedekt.
Aussere Flankenhälfte bovenste deel van de flank het bovenste deel van de flank.
biconcav biconcaaf dubbel hol staande rib in de richting van de mond.
biconvex biconvex dubbel bol staande rib in de richting van de mond.
bipartit   zie gegabelt.
breitelliptisch breed ellipsvormig winding breed ellipsachtig van vorm.
breitrechteckig breed rechthoekig winding breed rechthoekig van vorm.
bretitrapezoid breed trapeziumvormig windind breed trapeziumachtig van vorm.
Bullae bullae langgerekte knobbels in de richting van de rib.
cadicon cadicoon tonvormig met diepe navel.
carinat carinaat ventrale zijde met geprononceerde kiel.
Clavi clavi langgerekte knobbels in de richting van de winding.
coronat coronaat kroonvormig.
Diameter diameter doorsnede van het ammonietenhuis.
diversipartit diversipartiet spitsende rib meervoudig naar een kant.
Dorsallobus dorsale lob lob op het dorsale deel van de winding.
Dorsalsattel dorsale zadel zadel in het dorsale deel van de winding
Dorsalteil dorsale zijde het afgedekte deel van de winding.
dreieckig driehoekig winding driehoekig van vorm.
Einschnürung insnoering ongeveer radiaal verlopende groef.
ellipsoid ellipsvormig winding ellipsachtig van vorm.
ellipticon ellipticoon excentrisch van vorm.
engständig dicht opeenstaand dicht opeenstaande ribben.
evolut evoluut een wijde navel.
Externlobus externe lob lob op het ventrale deel van hetammonietenhuis.
Externsattel externe zadel zadel in het ventrale deel op de mediaan van de winding.
Externseite   zie Venter
falcat falcaat sikkelvormige rib.
falcoid falcoid bijna sikkelvormige rib.
Faltrippe   zie plicat
fastigat fastigaat ventrale zijde waarvan kiel niet afgezet.
fibulat fibulaat lusvormige rib.
Flanke flank de zijkant van de winding onderverdeeld in drie gebieden.
  bovenste deel het bovenste deel van de flank.
  middelste deel het middelste deel van de flank.
  onderste deel het onderste deel van de flank.
Flankenfurche flankgroef groef op de flank die meebuigt met de winding.
gefaltet   zie plicat.
gegabelt biparitiet zich in tweeën splitsende rib.
gerundet rond winding rond van vorm.
hamiticon hamiticoon haakvormig.
heteromorph heteromorpf afwijkende .
hochrechteckig hoogrechthoekig winding hoogrechthoekig van vorm.
Höcker   zie Tuberkeln.
Hohlkiel   zie septicarinat.
Innenbug   zie Nabelwand.
Innenloben binnenlobben de lobben die niet zichtbaar zijn
Innensutur binnensutuur de sutuur afgedekt door de voorgaande winding.
innere Flankenhälfte onderste deel flank het onderste deel van de flank.
innere Lobenlinie onzichtbare sutuur de sutuurelementen door voorgaande winding bedekt
Internlobus   zie Dorsallobus.
Internsattel   zie Dorsalsattel.
involut involuut een nauwe navel.
Kiel kiel in het midden van de ventrale zijde kan een kiel aanwezig zijn.
Kielfurche kielgroef groef aan weerszijden van de kiel.
Knoten knobbels knobbels
konkav concaaf hol staande rib in de richting van de mond.
konkav/bicarinat concaaf/bicarinaat ventrale zijde met twee kielen en groef
konvex convex bol staande rib in de richting van de mond.
kreneliert gecrenuleerd ventrale zijde met kiel in de vorm van afgezette tandjes.
lanzettlich   lanceolaat ventrale zijde met lansvormige kiel.
Lateralknoten laterale knobbels knobbels op de flank.
Laterallobus laterale lob lob naast de externe lob als er geen adventief lob is.
Lateralregion   zie Flanke.
Lateralsattel laterale zadel zadel(s) aan weerszijden van de laterale lob.
Lobenlinie   zie Sutur
Lobus lob het deel van de sutuur dat concaaf naar de opening gericht is.
Luftkammer luchtkamer luchtkamer.
Makrokonch macroconch macroconch is waarschijnlijk vrouwelijk exemplaar.
Medianebene   zie Medianlinie.
Median-Inzision mediane insnijding mediane insnijding in een zadel.
Medianlinie mediaan de symmetrielijn van het ammonietenhuis.
Mediansattel   zie Externsattel.
Mikrokonch microconch mocroconch is waarschijnlijk mannelijk.
Mundrand   zie Peristom.
Mündung mond mond van de ammoniet.
Nabel navel gebied binnen de windingnaad van delaatste winding.
Nabelabfall   zie Nabelwand.
Nabelnaht   zie Windungsnaht
Nabelwand navelwand het umbilicale deel van de winding in het gebied tussen de flank en de
    dorsale zijde.
Nabelweite naveldiameter de diameter van de navel
Nahtregion omgeving windingsnaad de direkte omgeving van de windingnaad
Ohren oren oorvormig uitgroeisel aan de peristoom.
oval eivormig winding eiachtig van vorm.
oxycon oxycoon schijfvormig met scherpe rand zeer nauwe navel.
parabolisch parabolisch parabolische rib.
Peristom mondrand mondrand van de ammoniet.
Phragmokon fragmocoon het gekamerde deel van het huis.
planulat   zie platycon.
platycon platycoon plat zegt niets over de rand.
plicat plicaat geplooide rib.
polygyrat polygyraat polygyrate rib.
polyplok polyplook meermalen in tweeën splitsende rib.
Primärsutur primairsutuur sutuur van het tussenschot tussen de 1e en 2e kamer
proradial proradiaal    naar voren leunende rib.
Prosutur prosutuur de eerste sutuur van een individu.
Protoconch beginkamer de eerste (embryonale) kamer.
Protoloben protolobben de lobben E.L. en I.
quadratisch vierkant   winding vierkant van vorm.
quadripartit quadripartiet zich in vieren splitsende rib.
radial radiaal rechtstandige rib.
retroradial retroradiaal achteroverleunende rib.
Rippen ribben ribben.
Rippenbündelung gebundeld het bundelen van ribben op de navelwand.
Rippenrichtung richting van de ribben richting welke rib uitgaat.
rotundus   zie gerundet.
Sattel zadel het deel van de sutuur dat convex naar de opening is gericht.
scaphicon scaphicoon afwijkende vorm
Schale schaal originele restanten van het ammonietenhuis.
Schaltrippe tussenrib kortere losse tussenrib.
scharfrückig   zie lanceolat.
septicarinat septicarinaat ventrale zijde met een gevloerde kiel.
Septum tussenschot de wanden die de gaskamers scheiden.
serpenticon serpenticoon slangvormig.
sichelformig   zie falcat.
Sipho Syphobuis buis aan de ventrale kant van het huis, die alle kamers
    met het dier verbindt.
Siphonallobus sifonale lob de eerste lob op de mediaanlijn.
sinusförmig sinusvormig   in S-vorm golvende rib.
Skulptur sculptuur aftekeningen/decoratie op het ammonietenhuis.
Spaltrippen   zie gegabelt.
sphaerocon sferocoon bolvormig.
spitzbogenförmig spitsboogvormig winding spitsboogachtig van vorm.
Stacheln stekels stekels.
Steinkern steenkern afgietsel van de binnenzijde van het ammonietenhuis.
Striae striae zeer fijne ribben.
Sutur sutuurlijn kontaktlijn tussen het tussenschot en de buitenwand.
Suturallobus suturale lob de laatst gevormde umbilicale lob(ben) aan weerzijden van de naad
    (komt niet altijd voor.)
suspensiv Lobus suspensief lob naar achter buigende sutuur.
tabulat tabulaat ventrale zijde met vlakke kiel.
tabulat/sulcat tabulaat/sulcaat vlakke ventrale zijde met groef.
trapezoid trapeziumvormig winding trapeziumachtig van vorm.
triangular   zie dreieckig.
tritricarinat/bisculcat tricarinaat/bisulcaat ventrale zijde met drie kielen en twee groeven.
tripartit tripartiet zich in drieën splitsende rib.
Tuberkeln tuberkels   wat meer geprononceerde knobbels.
Umbilikalknoten umbilicale knobbels knobbels op de binnenzijde van de winding.
Umbilikallobus umbilicale lob lob( ben) tussen L en I.
Umbilikalregion   zie Nabelwand.
Umbilikalsattel umbilicale zadel zadel(s) tussen de umbilicale lobben.
Venter ventrale zijde de ventrale zijde van de winding.
Ventermittelinie ventermediaan het raakvlak van de venter met de mediaan.
Ventrallobus   zie Externlobus.
Ventralsattel   zie Externsattel.
Ventrolateral ventrolateraal gebied het ventrolateraal gebied vormt het overgangsgebied tussen de
    ventrale zijde van de flank.
Ventrolknoten ventrale knobbels knobbels op de buitenzijde van de winding.
Ventrolateralknoten ventrolaterale knobbels knobbels op het ventrolaterale deel van winding.
virgatipartit virgatotoom  
vorgeschwungen proconcaaf naar voren buigende rib.
weitständig ver uiteenstaand ver uiteenstaande ribben.
Windung winding een omgang van het ammonietenhuis.
Windunghöhe windinghoogte de hoogte van de winding.
Windungsbreite windingbreedte de breedte van de winding.
Windungsnaht windingnaat de lijn waar de windingen met elkaar in contact komen.
Windungsquerschnitt windingdoorsnede? dwarsdoorsnede van de winding.
Windungsursprung   zie Protoconch.
Wohnkammer woonkamer de verblijfkamer van het dier.
Zerschlitzung karteling kartelingen van de sutuur.
zickzackförmig zigzaggend zigzaggende rib.
Zopfkiel   zie kreneliert
     
ENGELS NEDERLANDS VERKLARENDE TEKST
anaptychus anaptychen enkelvoudige sluitplaat in gebruik bij sommige ammonieten.
apertural rim mondrand mondrand van de ammoniet.
aperture mond mond van de ammoniet.
approximated dicht opeenstaand dicht opeenstaande ribben.
aptychus aptychen een paar sluitplaten in gebruik bij sommige ammonieten.
biconcave biconcaaf dubbel hol staande rib in de richting van de mond.
biconvex biconvex dubbel bol staande rib in de richting van de mond.
bifurcate bipartiet    zich in tweeën splitsende rib.
bipartite   zie bifurcate.
biplicate   zie bifurcate.
body chamber woonkamer de verblijfkamer van het dier.
bullae bullae langgerekte knobbels in richting van de rib.
bundled gebundeld het bundelen van ribben op de navelwand.
cadicone cadicoon tonvormig met diepe navel.
camera luchtkamer luchtkamer.
carinate carinaat ventrale zijde met geprononceerde kiel.
circular   zie round.
clavi clavi langgerekte knobbels in de richting van de winding.
concave concaaf hol staande rib in de richting van de mond.
concave/bicarinate concaaf/bicarinaat ventrale zijde met twee kielen en groef.
conch schaal originele restanten van het ammonietenhuis.
constriction insnoering ongeveer radiaal verlopende groef.
convex convex bol staande rib in de richting van de mond.
coronate coronaat kroonvormig.
costa   zie ribs.
crenulate(d) gecrenuleerd ventrale zijde met kiel in vorm van afgezette tandjes.
criocone criocoon los gewonden.
diameter diameter doorsnede van het ammonietenhuis.
distant ver uiteenstaand ver uiteenstaande rib.
dorsale lobe dorsale lob lob op het dorsale deel van de winding.
ellipsoid ellipsvormig winding ellipsachtig van vorm.
elliptical   zie ellipsoid.
ellipticone ellipticoon excentrisch van vorm.
evolute evoluut een wijde navel.
external lobe externe lob lob op het ventrale deel van het ammonietenhuis.
external saddle externe zadel zadel in het ventrale deel op de mediaan van de winding.
external suture buitensutuur de sutuur die niet is afgedekt.
extern side   zie venter.
falcate falcaat sikkelvormige rib.
falcoid falcoid bijna sikkelvormige rib.
fasciculate   zie spiralgroove.
fastigate fastigaat ventrale zijde waarvan kiel niet afgezet.
flank flank de zijkant van de winding.
phragmocone fragmocoon het gekamerde deel van het huis.
growth line groeilijn groeilijn.
hamiticone hamiticoon haakvormig.
heteromorph heteromorf afwijkende vorm.
intercalatory tussenrib kortere losse tussenrib.
internal mould steenkern afgietsel van de binnenzijde van het huis.
internal suture binnensutuur de sutuur afgedekt door de voorgaande winding.
involute involuut een nauwe navel.
keel kiel in het midden van de ventrale zijde kan een kiel aanwezig zijn.
keel groove kielgroef groef aan weerszijden van de kiel
keeled   zie carinate
lanceolate lancetvormig winding lancetachtig van vorm.
lanceolate lanceolaat ventrale zijde met lansvormige kiel.
lappets oren oorvormig uitgroeisel aan de peristoom.
lateral lobe laterale lob lob naast de externe lob als er geen adventief lob is.
lateral nodes laterale knobbels knobbels op de flank.
lateral saddle laterale zadel zadel(s) aan weerszijden van de laterale lob.
lirae lirae ribben die parallel lopen aan de windingrichting
lobe lob het deel van de sutuur dat concaafnaar de opening is gericht.
looped fibulaat lusvormige rib.
macroconch macroconch macroconch is waarschijnlijk vrouwelijk exemplaar.
median mediaan de symmetrielijn van het ammonietenhuis.
median saddle   zie external saddle.
microconch microconch microconch is waarschijnlijk mannelijk exemplaar.(seksuele dimorfie)
mouth   zie aperture.
ornament decoratie  
oval eivormig winding eiachtig van vorm.
oxycone oxycoon schijfvormig met scherpe rand en zeer nauwe navel.
parabolic parabolisch parabolische rib.
peristome   zie apertural rim.
pita   zie ribs.
planulate   zie platycone
platycone platycoon plat, zegt niets over de rand.
plicate plicaat geplooide rib
projected proconcaaf naar voren buigende rib.
prorsiradiate proradiaal naar voren leunende rib
prosuture prosutuur de eerste sutuur van een individu.
protoconch beginkamer de eerste (embryonale) kamer.
quadrate vierkant winding vierkant van vorm.
radial radiaal rechtstandige rib.
rectiradiate   zie radial.
ribs ribben ribben.
round rond winding rond van vorm.
runcinate   zie tabulate.
rursiradiale retroradiaal achteroverleunende rib.
saddle zadel het deel van de sutuur dat convex naar de opening is gericht.
scaphicone scaphicoon afwijkende vorm.
septam tussenschot de wanden die de gaskamers scheiden.
septicarinate septicarinaat ventrale zijde met een gevloerde kiel.
serpenticone serpenticoon slangvormig.
shell   zie conch.
sigmate   zie sinious.
sigmoid   zie falcate.
sinious sinusvormig in S-vorm golvende rib.
siphonal tube siphobuis buis aan de ventrale kant van het huis, die alle kamers met
    met het dier verbindt.
siphonal lobe sifonale lob de eerste lob op de mediaanlijn.
sphaerocone sferocoon bolvormig.
spines stekels stekels.
spiralgroove flankgroef groef op de flank die meebuigt met de winding.
striae striae zeer fijne ribben.
sulcate tabulaat/sulcaat vlakke ventrale zijde met groef.
sulks   zie spiralgroove.
suspensive lobe suspensief lob naar achter buigende sutuur.
suture sutuurlijn contactlijn tussen het tussenschot en de buitenwand.
    (komt niet altijd voor).
tabulate tabulaat ventrale zijde met vlakke kiel.
trapezoid trapeziumvormig winding trapeziumachtig van vorm.
triangular driehoekig winding driehoekig van vorm
tricarinate/bisulcate tricarinaat/bisulcaat ventrale zijde met twee groeven en drie kielen.
trifurcate tripartiet zich in drieën splitsende rib.
triplicate   zie trifurcate.
tripartite   zie trifurcate.
trisulcate   zie tricarinate/bisulcate
tubercles tuberkels wat meer geprononceerde knobbels.
umbilical edge   zie umbilical rim.
umbilical lob umbilicale lob lob( ben) tussen L en I.
umbilical nodes umbilicale knobbels knobbels op de binnenzijde van de winding.
umbilical rim navelrand  
umbilical seam windingnaad de lijn waar de windingen met elkaar in contact komen.
umbilical wall navelwand het umbilicale deel van de winding in het gebied tussen de flank en
    de dorsale zijde.
umbilical width naveldiameter de diameter van de navel.
umbilicus navel gebied binnen de windingnaad van de laatste winding.
undercut umbili- naar binnen aflopen- naar binnen aflopende navelwand.
cal wall de navelwand  
venter ventrale zijde de ventrale zijde van de winding.
ventral lobe   zie external lobe.
ventral nodes ventrale knobbels knobbels op de buitenzijde van de winding.
ventral saddle   zie external saddle.
ventrolateral nodes ventrolaterale knobbels knobbels op het ventrolaterale deel van winding.
virgatotome virgatotoom  
whorl winding een omgang van het ammonietenhuis.
whorl breadth   zie whorl width.
whorl height windinghoogte de hoogte van de winding.
whorl section windingdoorsnede? dwarsdoorsnede van de winding.
whorl width windingbreedte de breedte van de winding.
zigzag zigzaggend zigzaggende rib.
     
FRANS NEDERLANDS VERKLARENDE TEKST
aire siphonale   zie region ventrale.
aire ventrale   zie region ventrale.
aperture mond mond van de ammoniet.
apophyses   zie oreillettes.
approximées dicht opeenstaand dicht opeenstaande ribben.
bouche   zie aperture
biconcave biconcaaf dubbel hol staande rib in de richting van de mond.
biconvex biconvex dubbel bol staande rib in de richting van de mond.
bifurquée bipartiet zich in tweeën splitsende rib.
bord extérieur   zie bord latéro ventral
bord latéro ventral ventrolateraal gebied het ventrolateraal gebied vormt het overgangsgebied tussen de
    ventrale zijde van de flank
bord ombilical   zie paroi ombilicale.
bullae bullae langgerekte knobbels in richting van de rib.
cadicône cadicoon tonvormig met diepe navel.
carène kiel in het midden van de ventrale zijde kan een kiel aanwezig zijn.
clavus clavi langgerekte knobbels in de richting van de winding.
cloisonnaire   zie suture.
concave concaaf hol staande rib in de richting van de mond
constriction insnoering ongeveer radiaal verlopende groef.
convexe convex bol staande rib in de richting van de mond.
cordé koordvormig ventrale zijde met koordvormige kiel.
côtes ribben ribben.
déroulée criocoon los gewonden.
diamètre diameter doorsnede van het ammonietenhuis.
diamètre de l'ombilic naveldiameter de diameter van de navel.
distantes ver uiteenstaand ver uiteenstaande rib.
enboucles   zie fibulée.
epaisseur windingbreedte de breedte van de winding.
épines stekels stekels.
evolute evoluut een wijde navel.
falciforme falcaat sikkelvormige rib.
fasciculées gebundeld het bundelen van ribben op de navelwand.
fibulée fibulaat lusvormige rib.
flanc flank de zijkant van de winding onderverdeeld in drie
-flanc externe -bovenste deel - het bovenste deel van de flank.
-médiane du flanc -middelste deel -het middelste deel van de flank.
-flanc interne -onderste deel -het onderste deel van de flank.
flexueuse   zie sineuse.
hamiticône hamiticoon haakvormig.
hauteur windinghoogte de hoogte van de winding.
heteromorph heteromorf afwijkende vorm.
intercalaire tussenrib kortere losse tussenrib.
involute  involuut een nauwe navel.
lancéolé lanceolaat ventrale zijde met lansvormige kiel.
ligne d'involution windingnaad de lijn waar de windingen met elkaar in contact komen.
lobe lob het deel van de sutuur dat concaaf naar de opening gericht.
lobe externe externe lob lob op het ventrale deel van het ammonietenhuis.
lobe latéral laterale lob lob naast de externe lob als er geen adventief lob is.
lobe siphonal sifonale lob de eerste lob op de mediaanlijn.
lobe suspensif suspensief lob naar achter buigende sutuur.
lobe umbilicale umbilicale lob lob( ben) tussen L en I.
loge d'habitation woonkamer de verblijfkamer van het dier.
macroconque macroconch macroconch is waarschijnlijk vrouwelijk exemplaar.
médiane mediaan de symmetrielijn van het ammonietenhuis.
microconque microconche microconch is waarschijnlijk mannelijk exemplaar(seksuele dimorfie).
moule interne steenkern afgietsel van de binnenzijde van het huis.
nodosité knobbels knobbels.
ombilic navel gebied binnen de windingnaad van de laatste winding.
oreillettes oren oorvormig uitgroeisel aan de peristoom.
ornament   zie sculpture.
ovale eivormig winding eiachtig van vorm.
oxycône oxycoon schijfvormig met scherpe rand en zeer nauwe navel.
parabolique parabolisch parabolische rib.
paroi ombilicale navelwand het umbilicale deel van de winding in het gebied tussen de flank
    en de dorsale zijde.
partie extérieure   zie region ventrale.
partie intérieure dorsale zijde het afgedekte deel van de winding.
phragmocône fragmocoon het gekamerde deel van het huis.
platycône platycoon plat, zegt niets over de rand.
plissée plicaat geplooide rib
primaire   zie bifurquée
projetée proconcaaf naar voren buigende rib.
prorsiradiée   zie proverse.
protoconque beginkamer de eerste (embryonale) kamer.
proverse proradiaal naar voren leunende rib.
rebord périombilical navelrand  
region siphonale   zie region ventrale.
region ventrale ventrale zijde de ventrale zijde van de winding.
retombée ombilicale   zie paroi ombilicale.
rectiradiée radiaal rechtstandige rib.
rétroverse retroradiaal achteroverleunende rib.
rursiradiée   zie rétroverse
scaphitocône scaphicoon afwijkende vorm.
sculpture skulptuur aftekeningen/decoratie op het ammonietenhuis.
section windingdoorsnede? dwarsdoorsnede van de winding.
selle zadel het deel van de sutuur dat convex naar de opening is gericht.
selle externe externe zadel zadel in het ventrale deel op de mediaan van de winding
selle latérale laterale zadel zadel(s) aan weerszijden van de laterale lob.
septicaréné septicarinaat ventrale zijde met een gevloerde kiel.
septum tussenschot de wanden die de gaskamers scheiden.
serpenticône serpenticoon slangvormig.
sillons kielgroef groef aan weerszijden van de kiel.
sillon latéral flankgroef groef op de flank die meebuigt met de winding.
sineuse sinusvormig in S-vorm golvende rib.
sphéroïdale sferocoon bolvormig.
striae striae zeer fijne ribben.
subcirculaire rond winding rond van vorm.
subquadratique vierkant winding vierkant van vorm.
subrectangulaire hoogrechthoekig winding hoogrechthoekig van vorm.
subtrapézoïdale trapeziumvormig winding trapeziumachtig van vorm.
subtriangulaire driehoekig winding driehoekig van vorm.
subelliptique ellipsvormig winding ellipsachtig van vorm.
suture sutuurlijn kontaktlijn tussen het tussenschot en de buitenwand.
    (komt niet altijd voor)
tabulaire tabulaat ventrale zijde met vlakke kiel.
tabulaire/sulqué tabulaat/sulcaat vlakke ventrale zijde met groef.
tricaréné/bisulqué tricarinaat/bisulcaat ventrale zijde met drie kielen en twee groeven.
tube siphonal syphobuis buis aan de ventrale kant van het huis,
    die alle kamers met het dier verbindt
tubercules tuberkels wat meer geprononceerde knobbels.
trifurquée tripartiet zich in drieën splitsende rib.
ventral lobe   zie externe lob E
virgatoïde virgatotoom  
zig-zag zigzaggend zigzaggende rib.

Uiteraard is de lijst niet volledig en houden wij ons voor aanvullingen aanbevolen. info@geologischevereniging.nl


Klik hier voor WERKGROEP
Oisterwijk, 1997/2007
George Brouwers