AMMONIETEN


NAAMGEVING BIJ FOSSIELEN.

Middels kenmerken is normaal gesproken direkt te bepalen tot welk PHYLUM een fossiel behoort.
Zo is een ammoniet ondergebracht in het phylum MOLLUSCA; onderverdeeld in CLASSIS CEPHALOPODA, de ORDO AMMONITIDA en uiteindelijk een FAMILIA. (subphylum-subclassis-superordo-subordo-suprafamilia-subfamilia zijn onderverdelingen).
In een goed boek zoals Treatise zijn als deze gegevens vastgelegd. Zie Treatise (L).Mollusca 4 1957.

Na het verschijnen van deze Treatise worden er steeds nieuwe visies aangedragen waardoor de naamgeving aan wijzigingen onderhevig is. En niet alleen de naamgeving doch ook de stratigrafische indelingen e.a.
In het bestand SCHL. staan hiervan voorbeelden,

Een fossiel heeft een auteur die het als eerste heeft beschreven. Zijn naam wordt achter het genus en species vermeld, soms vergezeld van een jaartal. Wanneer de naam van de auteur tussen haakjes wordt geplaatst bv. (PARKINSON) wordt hiermede aangegeven, dat hij de oorspronkelijke naamgever is, doch dat een andere auteur een verdere uitsplitsing en/of wijzigingen heeft toegebracht. Vaak wordt de naam van een auteur verkort weergegeven.
In o.a. Der Petrefaktensammler staat op blz.240 een lijst met de volledige namen en de daarbij gebruikelijke afkortingen.

Het GENUS begint altijd met een hoofdletter en het SPECIES niet en worden normaal cursief weergegeven. Vaak wordt alleen het Genus genoemd met daarachter de letters sp. Hiermede wordt aangegeven, dat het species niet te omschrijven is. Of sp. nov. dat wil zeggen, dat het om een nog niet eerder beschreven species gaat. Ook de toevoeging sp. juv. wordt gebruikt. Juveniel wil zeggen: heel erg klein en/of een jong exemplaar.
Met het SUBGENUS Reynesoceras bij Coeloceras (Reynesoceras) ragazonni (HAUER) SPATH 1936 wordt aangegeven, dat SPATH het in 1936 nodig heeft gevonden een subgenus te creeren voor deze door HAUER in 1861 beschreven ammoniet. Het uiteindelijke resultaat zal zijn dat zulk een subgenus een genus wordt, dat onder een andere of nieuwe familie kan worden ondergebracht.
Het SPECIES kan een voorvoegsel bevatten, zoals aff. een afkorting van affinis = verwant aan.
Of sp. aff. = het species is niet zeker, doch er is verwantschap aan. cf. is de afkorting voor confer = lijkt op; wordt gebruikt bij bv. brokstukken, wanneer kenmerken niet duidelijk aanwezig zijn.
De afkorting ex. gr. = ex groupe wil zeggen; nog moeilijker te omschrijven als bij cf.

Voorbeelden: Coeloceras sp., Coeloceras sp. nov., Coeloceras sp.juv., Coeloceras ragazzonii HAUER, Coeloceras aff. ragazzonii (HAUER), Coeloceras sp. aff. ragazzonii (HAUER), Coeloceras cf. ragazzonii (HAUER), Coeloceras ex. gr. ragazzonii (HAUER), Coeloceras (Reynesoceras) ragazzonii (HAUER), Reynesoceras ragazzonii SPATH 1936. Subordo: Ammonitina HYATT 1867. Superfamilia: Eoderocerataccae SPATH 1929. Familia: Eoderoceratidae SPATH 1929. Subfamilia: Coeloceratinae HAUG 1910. Genus: Coeloceras HYATT 1867. (Am.pettos QUENSTEDT 1846. S.D.BUCKMAN 1898). Familia: Dactylioceratidae HYATT 1867. Genus: Reynesoceras SPATH 1936. (Am.ragazzonii HAUER 1861).

 
Oisterwijk, 1993/2007
George Brouwers