Grondboor & Hamer Extra



NGV Grondboor & Hamer

De N.G.V. publiceert 5 keer per jaar het tijdschrift Grondboor & Hamer, waarvan 1 dubbelnummer. Hierin staan interessante artikelen over geologie in Nederland en daarbuiten.

Wilt u zelf een artikel schrijven voor G&H? Lees dan eerst de "Richtlijnen voor Auteurs".

In de "Artikelenlijst" vindt u een uitgebreide lijst met artikelen die in het verleden zijn verschenen.

Uitgaven van Grondboor & Hamer vanaf 2006 bestellen bij: E. Boonstra, Noord 15, 2931 SJ, Krimpen aan de Lek. tel 0180-515244 email bodeko@planet.nl

Losse nummers voor leden € 3,50 en niet leden € 5,50 en dubbelnummers € 5,00 resp.€ 7,00
Complete jaargang voor leden € 17,50 en niet leden € 23,50

Uitgaven van Grondboor & Hamer tot en met 2005 zijn uitverkocht.
Genoemde prijzen zijn exclusief verzendkosten. Factuur wordt toegestuurd.

 

NGV Grondboor & Hamer Extra

Grondboor & Hamer Extra is bedoeld om meer achtergrondinformatie te bieden bij artikelen die gepubliceerd zijn in ons tijdschrift  Grondboor & Hamer, of uit ruimtegebrek niet geplaatst konden worden.
Het gaat hierbij om bijvoorbeeld literatuurlijsten, boekbesprekingen, foto's of weblinks. Hieronder wordt per uitgave de extra informatie gepresenteerd.

Overzicht boekbesprekingen:
Het energielandschap, door Tom Bade.
De Bosatlas van ondergronds Nederland.
De geschiedenis van het leven deel 8a en 8a-bis. J.F. Geys.
Fossilien sammeln (2007) und auf Fossilliensuche (2008)an der Ostseeküste Andrea Rohde.

Overzicht literatuurlijsten bij:
Flevum Aelmere Almari Zuiderzee IJsselmeer. G & H 2009 3/4

Boekbespreking door A.J.(Tom) van Loon: Het energielandschap, door Tom Bade, 2009.

KNVV Uitgevrij, Postbus310, 3700 AH Zeist. Gebonden, genaaid, 88 blz. Prijs € 34,95. ISBN 978-90-5011-332-8.

Energie is in onze samenleving, samen met drinkwater, waarschijnlijk de meest kostbare grondstof voor de rest van deze eeuw. Gehoopt mag worden dat daarna voor het energieprobleem een oplossing zal zijn gevonden, in de vorm van 'getemde' zonne-energie. Maar zover is het nog lang niet, en de huidige vorm van energiewinning, -transport, -opslag en -gebruik zal dan ook zeker nog lang zijn sporen in het landschap achterlaten. Denk voor de Nederlandse energiewinning maar aan de bergen van mijnafval in Limburg, voor het transport aan de hoogspanningsleidingen, voor de opslag aan de concentratie van olietanks op de Maasvlakte, en voor het gebruik aan de nog steeds talrijke hoge schoorstenen. Dergelijke voorbeelden kent iedereen. Maar het energielandschap vertoont veel meer facetten. Vanaf de oude veenwinningen tot de velden met gewassen die voor de productie van biobrandstoffen worden geteeld. En wat daartussen zit vormt een breed scala, waaraan we bewust of onbewust zijn blootgesteld. Het zou teveel eer zijn om te zeggen dat alle facetten van het landschap, zoals dat op enige wijze is of wordt beďnvloed door de energiesector, aan de orde komen. Dat kan niet in een boek van deze omvang. De auteur heeft gelukkig ook geen enkele poging gedaan om een dergelijke onhaalbare volledigheid na te streven. Toch is de uitgever erin geslaagd om een uiterst aantrekkelijk boek te produceren. Belangrijker dan de tekst is namelijk, althans naar mijn mening, het beeldmateriaal. Het grootste gedeelte van het boek wordt in beslag genomen door foto's, meestal paginagroot, die op enigerlei wijze met energie te maken hebben. Een windmolen, bruinkoolwinning, een schuur met zonnepanelen, etc. De tekst kan dan ook beter worden opgevat als een uitleg bij de foto's (die geen bijschriften hebben) dan als een verhaal dat door de foto's wordt toegelicht. De foto's zijn van Ruud Lardinois, die dan ook terecht op het omslag naast Tom Bade staat vermeld. Het enige dat op de foto's aangemerkt zou kunnen worden is dat er wel erg veel zijn opgenomen van bossen en bomen zonder dat duidelijk wordt gemaakt waarin ze in de context van energie wezenlijk van elkaar verschillen. Dit doet echter weinig of niets af aan het plezier dat je beleeft aan het doorkijken (je kijkt meer dan je leest) van dit boek. En zelfs Minister Cramer (van Ruimte en Milieu) heeft in haar voorwoord afgezien van teksten die de wenkbrauwen zouden kunnen doen fronsen. Al met al is dit een boek dat niemand zou moeten kopen vanwege de diepgaande inhoud of de zorgvuldige analyse van de wijze waarop de energievoorziening ons landschap heeft veranderd en blijft veranderen. Maar het is wel een boek dat de bezitters vaak ter hand zullen nemen om door te bladeren. En wie dat doet zal zich steeds meer gaan realiseren dat we in Nederland geen echte natuur meer hebben. Alleen gebieden waarin het niet voor iedereen direct zichtbaar is dat de mens er uiteindelijk vorm aan heeft gegeven. En dat vaak in verband met de energievoorziening. Pas wie dit alles doorheeft, zal ons landschap met begrijpende ogen kunnen bekijken. En dat begrijpend kijken kan weer een eerste stap zijn naar het nemen van maatregelen die, in tegenstelling tot zoveel andere maatregelen die door de overheid worden genomen, kunnen bijdragen aan het in stand houden, ook op langere termijn, van de schaarse plekjes in ons land die deel uitmaken van ons cultureel erfgoed. En nog belangrijker: het kan ook een stap zijn naar het inzicht dat we ons landschap niet moeten laten bederven door politieke hobbies: windmolens mogen politiek populair zijn, maar ze kunnen geen wezenlijke bijdrage leveren aan onze energievoorziening, en ze verstoren het landschap in ernstige mate. Dit boek leert dat er betere oplossingen zijn. Een prachtig geschenkdoek!


Boekbespreking door A.J.(Tom) van Loon: De Bosatlas van ondergronds Nederland, 2009. 

Noordhoff Uitgevers b.v., Groningen, en Lijn 43, Utrecht. Gebonden, 96 blz, prijs € 24,95. ISBN 978-9001-12245-4. 

Atlassen zijn er te kust en te keur, voor de aarde als geheel en voor delen daarvan. Ze geven in het algemeen uitsluitend of vooral topografische informatie. Een uitzondering in Nederland was de Grote Spectrum Atlas (1973) die onderdeel vormde van de Grote Spectrum Encyclopedie, maar die ook werd uitgebracht als zelfstandige uitgave, (Spectrum Wereldatlas) en daarna nogmaals (1974) onder de titel ‘Spectrum Gezinsatlas’, als deel 11 van de Spectrum Encyclopedie van de Wereld. In die laatste uitgave ontbraken de tekstdelen die in de beide andere uitgaven waren opgenomen, en die - uniek, zeker voor die tijd - ook dieper op de aarde ingingen. Letterlijk dieper, met uitgebreide bijdragen over o.a. ‘De bouw van de aarde’, ‘De zeebodem’, Çontinenten op drift’, ‘Vulkanisme en aardbevingen’ en ‘Delfstoffen’. In die bijdragen werd een kijkje gegeven onder het aardoppervlak waartoe de meeste atlassen zich beperken.

In de Bosatlas van ondergronds Nederland wordt deze lijn nog veel verder doorgetrokken: er staan weliswaar veel kaarten en kaartjes van Nederland in, maar eigenlijk alleen om plaatsen aan de geven die van belang zijn voor zaken in de ondergrond. Want die ondergrond is, zoals de titel ook al aangeeft, het onderwerp waar alles om draait, of eigenlijk zou moeten draaien, want het aardoppervlak blijkt voor de schrijver (Henk Leenaers, bekend van diverse boekjes voor amateurgeologen: zie Geonieuws) toch steeds weer grote aantrekkingskracht te hebben. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de acht inhoudelijke hoofdstukken (Geologie en bodem; Grondwater; Archeologie; Natuur en landbouw; Oppervlaktedelfstoffen; Energie en Mijnbouw; Infrastructuur; Stedelijke ondergrond) alle beginnen met een (steeds prachtige) foto over 2 bladzijden, die echter steeds een beeld van het oppervlak geven. De hoofdstukken ‘Natuur en Landbouw’ en ‘Oppervlaktedelfstoffen’ hebben ook weinig of geen informatie over de ondergrond te bieden, net als het overgrote deel van het hoofdstuk ‘Infrastructuur’.

Hoewel de atlas dus niet helemaal waarmaakt wat de titel belooft, staat er echter wel buitengewoon veel informatie in die voor iedereen, maar zeker ook voor amateurgeologen, alleszins de moeite waard is. Jammer is wel dat de kwaliteit van de geologische informatie beter had gekund. Maar er wordt door de uitgever dan ook duidelijk gesteld dat het geen uitgave is voor professionals. Dat maakt het dan weer des te opmerkelijker dat er in Hoofdstuk 9 (Meer weten?) een sectie ‘Informatie voor Professionals’ is opgenomen. Die sectie bevat dan weer veel informatie die helemaal niet interessant is voor professionals (bij de websites van ‘Organisaties’ bijv. de gemeente Amsterdam, Netbeheer Nederland, maar niet de afdeling Mijnbouw van de TU Delft. En wat moeten bij ‘Boeken en atlassen’ voor de professionals werken als ‘De aarde voor in je binnenzak’ en ‘Ondersteboven’ (zie Geonieuws). Waarom wordt, in tegenstelling met het bovenstaande, bij de ‘Informatie voor scholieren en docenten’ niet verwezen naar Geonieuws, een rubriek die zo’n tweemiljoen (!) hits heeft gehad, en die bij veel werkstukken voor school een grote hulp blijkt voor scholieren?

Er is, al met al, veel op deze uitgave af te dingen. Daar staat echter zoveel interessante informatie tegenover, dat het eindoordeel alleen maar positief kan zijn. Mede vanwege de lage prijs kan deze atlas dan ook aan alle leden van harte worden aanbevolen. .

Boekbespreking door H. Steur: De geschiedenis van het leven door J.F.Geys.

deel 8a: Jura: Algemeenheden, Protisten, Sponzen, Coelenteraten
deel 8a-bis: Jura: Wormen, Bryozoën, Brachiopoden
Vlaams Genootschap voor Aardkundige Studies (Vlagast vzw).
Malle: ISBN 978-90-809140-5-6 gebrocheerd;
14,5 x 21,5 cm; zwart-wit ills., register.

De serie "De Geschiedenis van het Leven" van Prof. J.F. Geys is uitgebreid met de eerste deeltjes over de (het) Jura. Ik heb al diverse malen geschreven over deze serie en daarom houd ik het kort. Ik blijf het onbegrijpelijk vinden dat een mens zoveel informatie kan verwerken als Geys doet. Hij schrijft zelf dat hij een zo volledig mogelijk beeld wil geven van het leven op aarde tijdens de Jura en dat hij daarom niet te veel concessies wil doen vanwege een "uit de pan rijzend aantal bladzijden". En inderdaad worden in de nieuwe deeltjes 8a en 8a-bis na een algemeen hoofdstuk op zeer volledige wijze de protisten, de sponzen, de stekelhuidigen, de wormen, de bryozoën en de brachiopoden behandeld.

Het is geen determinatieboek, maar als je je wilt verdiepen in een van deze groepen, kun je in deze boekjes een fantastische basiskennis opdoen. Het zijn beslist geen boeken om in zijn geheel door te werken, maar de inleidende paragrafen zijn wel vaak heel leerzaam. Geys zegt dat hij zijn best doet eenvoudige taal te gebruiken, maar dat lukt niet erg. Veel moeilijke woorden zoals anoxia, eustatisch, trochoďdale forams, sub- en exumbrellaire afdrukken, sedentaire en hypersalien ontmoedigen de lezer. Ze worden zeker wel ergens verklaard, maar probeer die plek maar eens te vinden. Ik denk dat het aantal jargonwoorden veel verder teruggebracht kan worden en dat een verklarende woordenlijst verlichting kan brengen. Maar dat neemt niet weg dat het zeer waardevolle boekjes zijn en dat ze met elkaar een geweldig naslagwerk vormen.

De prijs van deel 8a is € 18,20, deel 8a-bis kost € 13,90. Daarbij komen nog verzendkosten (€ 10 naar Nederland). Leden van de BVP kunnen enige korting krijgen. Het bestellen kan via de website van de BVP of die van Vlagast (de prijzen verschillen enigszins). Bij de Bodemschat in Hengelo zijn de boekjes ook verkrijgbaar.

Boekbespreking Nieuwe Uitgaven door Freek Rhebergen Andrea Rohde: Fossilien sammeln an der Ostseeküste (2007). ISBN 3-529-05419-4 en Auf Fossiliensuche an der Ostsee (2008). ISBN 978-3-529-05420-4

Sinds jaar en dag zijn de kusten van de Oostzee in Noord-Duitsland en Denemarken favoriete excursiegebieden, zowel voor liefhebbers van kristallijne gesteenten, als voor fossielenverzamelaars. De eersten zullen met boeken van Zandstra, Per Smed en Frank Rudolph goed uit de voeten kunnen. De laatsten moet het vaak hebben van specialistische artikelen, dikwijls verspreid over verscheidene tijdschriften, waardoor het lastig is om het overzicht te behouden. Deze leemte is nu op voortreffelijke wijze opgevuld door twee uitgaven van Andrea Rohde. Op het eerste gezicht lijkt het vreemd. Twee uitgaven, met grote overeenkomsten in de opbouw, vlak na elkaar verschenen, over hetzelfde gebied, en bovendien geschreven voor dezelfde doelgroepen: beginnende čn gevorderde amateurs.

"Fossilien sammeln" is een stevige paperback van 224 pagina's, die met zijn formaat van 14x20 cm uitermate geschikt is om als veldgids tijdens de zoektocht naar zwerfsteenfossielen bij je te hebben. Het boek is opgebouwd uit drie delen: een algemeen inleidend deel (10 pagina's), gevolgd door een 120 pagina's omvattende bespreking van fossielhoudende gesteenten, chronologisch gerangschikt, van Cambrium tot en met Plioceen. In de volgende 80 pagina's behandelt de schrijfster te vinden fossielen, gerangschikt volgens de systematiek, van sponzen tot gewervelden. Het boek sluit af met een begrippenlijst, een uitvoerige index en een vrij uitgebreide literatuurlijst.

Vrijwel elke pagina bestaat uit een goede foto en een korte karakteristiek van het betreffende gesteente of fossiel, met vermelding van de beste vondstmogelijkheden. Stippen (één tot vier) geven aan of een fossiel zeldzaam is of algemeen voorkomt. Het aantrekkelijke van de gekozen afbeeldingen is, dat niet altijd prachtige fossielen zijn geselecteerd, maar vaak ook minder mooie, overeenkomend met wat gewoonlijk te vinden is. Bovendien zijn bij de wat uitvoeriger bespreking van een fossielgroep verhelderende tekeningen met een reconstructie van een dier toegevoegd. De prijs, € 14,80, is laag. De verhouding prijs/kwaliteit daarentegen is omgekeerd evenredig hoog.

Vanzelfsprekend kan een dergelijke gids niet volledig zijn, maar wie het komende seizoen een zoektocht maakt langs de kusten (of in de grindgroeves) van Schleswig-Holstein zal veel plezier beleven aan deze gids. De meeste sedimentaire gesteenten en veel van de fossielen zul je er globaal mee kunnen thuisbrengen.

"Auf Fossiliensuche an der Ostsee" is een kloek, stevig gebonden lees- en kijkboek van 272 pagina's, formaat 21x25 cm. Ook hier maakt een overzichtelijke indeling het boek prettig toegankelijk. In deel 1, een algemeen geologische inleiding is een kaart van het Oostzeegebied opgenomen, met verwijzingen naar de herkomstgebieden en de ouderdom van te vinden gesteentetypes. In deel 2 worden in 20 pagina's allerlei soorten afzettingsgesteenten in woord en beeld voorgesteld. Deel 3, "Fossielhoudende gesteenten" (145 pagina's), omvat chronologisch gerangschikte beschrijvingen en afbeeldingen van vooral Zweedse en Deense lokaties die zwerfsteenmateriaal hebben geleverd. Prachtige foto's van ontsluitingen op bijvoorbeeld Öland, Gotland en Bornholm zijn om te watertanden. In deel 4 (90 pagina's) zijn vertegenwoordigende fossielen afgebeeld, zoals in de "veldgids", maar met veel meer tekst en uitleg. En dat is dan ook het grote verschil met de veldgids: "Auf Fossiliensuche" geeft niet alleen veel meer informatie, maar legt ook duidelijker verbanden tussen de zwerfstenen en de oorspronkelijke afzettingen dan de veldgids. Het is een gedegen maar niet moeilijk naslagwerk dat je thuis steeds binnen handbereik wilt hebben. Ook in dit boek zijn een begrippenlijst en een uitgebreide index opgenomen. Een literatuurlijst nodigt uit tot verdere, specialistische studie van een aansprekend gesteente of favoriete ontsluiting in Scandinavië. De prijs is € 29,90. Een koopje voor zo.n aanwinst in de zwerfsteenliteratuur! Op het tweede gezicht dus toch niet zo vreemd als het eerst leek, die twee verwante boeken.

Volledige literatuurlijst behorende bij "FLEVUM AELMERE ALMARI ZUIDERZEE IJSSELMEER"

Pagina 110 - 116 Grondboor & Hamer NR. Jaargang 63, 2009-3/4

Piet Cleveringa (1), Tom Meijer (1,2), Jeroen Schokker (3) en Hein de Wolf (1)

    1 WMC Kwartair Consultants
    2 Naturalis, P.O. Box 9517, 2300 RA, Leiden
    3 Deltares / TNO - Geological Survey of the Netherlands, Postbus 85467, 3508 AL Utrecht

 

 

Keuze uit geraadpleegde literatuur:

  • Balen, R. van, 2008. De ondergrond van Schokland. Grondboor & Hamer, 62: 77 . 81.
  • Boon, D. Czn (Red.), 1982. Flevum Aelmere Almari Zuiderzee IJsselmeer. Uitgave van het Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen, Amsterdam.
  • Braat, W.C., 1932. De archeologie van de Wieringermeer. Oudheidkundige Mededeelingen uit het Rijksmuseum van oudheiden te Leiden, Nieuwe reeks XIII: 5-58. Proefschrift Rijksuniversiteit Leiden.
  • Buisman, J., 2000. Duizend jaar weer en wind in de Lage Landen, deel 1 - 5. Uitgeverij Van Wijnen, Franeker.
  • Deeben, J., Drenth, E., Oorsouw, M.-F. van, Verhart, L., 2005. De steentijd van Nederland. Archeologie, 11/12, Uitgave Stichting Archeologie.
  • Ente, P.J., Koning, J. & Koopstra, R., 1986. De bodem van Oostelijk Flevoland. Flevoberichten 258. Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, Lelystad.
  • Faasse, P.E., 2002. De ontdekking van de ondergrond. Anderhalve eeuw toegepast geowetenschappelijk onderzoek in Nederland. Geologie van Nederland 6. Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO.
  • Gotjé, W., 1993. De Holocene laagveen ontwikkeling in de randzone van de Nederlandse kustvlakte (Noordoostpolder), proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam.
  • Ham, W. van der, 2007. Verover mij dat land. Lely & de Zuiderzeewerken. Uitgeverij Boom, Amsterdam.
  • Harting, P., 1853. Het eiland Urk, zijn bodem, voortbrengselen en bewoners. Uitgeverij Van Paddenburg en Comp., Utrecht.
  • Harting, P., 1877. De geologische en physische gesteldheid van den Zuiderzee-bodem, in verband met de voorgenomen droogmaking. Verslagen en Mededeelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen, afd. nat. (2) XI: 301-325.
  • Heide, G.D. van der, 1955. Aspecten van het archaeologisch onderzoek in het Zuiderzeegebied. Van zee tot Land, 13: 1 . 62. Uitgave Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken).
  • Hettema, H., 1953. Grote Historische Schoolatlas. Zeventiende herziene en vermeerderde druk. N.V. Uitgevers-maatschappij W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle.
  • Kamp, A.F., 1937. Zuiderzee-land. Verleden en toekomst van de Zuiderzee. Querido.s Uitgevers-maatschappij, Amsterdam, 275 p.
  • Lorié, J., 1893. Binnenduinen en bodembewegingen. Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap (2), X: 753-796, 939-980.
  • Meijer, T., Cleveringa, P., Wolf, H. de , 2008. Kokkels in soorten en maten in de IJsselmeerpolders. Grondboor & Hamer, 62(3/4): 96-100.
  • Meijer, T., 2009. De geschiedenis van het molluskenonderzoek bij de Rijksgeologische Dienst. In: Schitterende schelpen en slijmerige slakken. In: Cadée, G.C., van Leeuwen, S., ter Poorten, J.J. (Red.), 75 jaar NMV: malacologie als hobby en professie, p. 22 . 35. Memorie van toelichting tot het ontwerp van wet tot bedijking en droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee en het maken van een waterweg van Amsterdam naar de rivier de Waal. Bijblad Nederlandsche Staatscourant 1876-1877 (174), 35 blz.
  • Middelhoek, A, Wiggers, A.J., 1953. Biologisch jaarboek, uitgegeven door het Kon. Natuurwetenschappelijk Genootschap DODONAEA te Gent, p. 235 . 290.
  • Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C. Ritsema, I., Westerhoff, W.E., Wong, T.E. (Red.), 2003. Geschiedenis van de ondergrond. In: De ondergrond van Nederland. Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO, Geologie van Nederland 7.
  • Polak, B., 1936. De botanische samenstelling van een reeks veenmonsters uit den toekomstigen Noordoostpolder, in den zomer 1933 verzameld door het Bodemkundig Instituut te Groningen. Mededeling der Zuiderzeecommissie, 31: 785 . 822
  • Pons, L.J., 1992. Holocene peat formation in the lower part of the Netherlands. In: J.T.A. Verhoeven (ed.), Fens and bogs in the Netherlands: vegetation, history, nutrient dynamics and conservation. Geobotany, 18: 7-79.
  • Pons, L.J. & Oosten, M.F. van, 1974. De bodem van Noordholland. Toelichting bij blad 5 van de bodemkaart van Nederland schaal 1 : 200.000. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Raemaekers, D.C.M., Hogestijn, W.J.H., 2008. Weg met de Klokbekerweg? De interpretatie van vondsten van de Klokbekercultuur in Swifterbant en de provincie Flevoland. Westerheem, 57: 409 . 417.
  • Staring, W.C.H., 1846. De Aardkunde van Salland en het land van Vollenhove. Eene vooorlezing, gehouden voor en uitgegeven door de Overijsselsche Vereeniging tot ontwikkeling van provinciale welvaart. Zwolle, J.J. Tijl, p. 1-63. Staring, W.C.H., 1857. De bodem van Nederland. De zamenstelling en het ontstaan der gronden in Nederland, ten behoeve van het algemeen beschreven. 2 delen. A.C. Kruseman, Haarlem.
  • Staring, W.C.H., 1858. Voormaals en Thans. Opstellen over Neęrlands grondgesteldheid. Uitgeverij A.C. Kruseman, Haarlem, p. 1-241.
  • Thijsse, J.Th., 1972. Een halve eeuw Zuiderzeewerken, 1920-1970. Uitgegeven met medewerking van de Dienst der Zuiderzeewerken. H.D. Tjeenk Willink B.V., Groningen, 469 p.
  • Wiggers, A.J., 1955. De wording van het Noordoostpoldergebied. Een onderzoek naar de fysisch- geografische ontwikkeling van een sedimentair gebied. Dissertatie, Universiteit van Amsterdam: 214 p.
  • Zagwijn, W.H., 1986. Nederland in het Holoceen. Geologie van Nederland, Deel 1: 46 p., Rijks Geologische Dienst, Staatsuitgeverij, 's-Gravenhage. Zuur, A.J., Ebbens, O.S., Venstra, A.J., Jansen, G.J.F., 1954. Langs gewonnen velden. Facetten van Smedings werk. Opstellen ter gelegenheid van het afscheid van Smeding als directeur van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken) en Landdrost van de Noordoostpolder. Uitgeverij H. Veenman & Zonen, Wageningen, 443 p.
Copyright © NGV 2002-2010
webmaster@geologischevereniging.nl