NGV-Geonieuws 112 artikel 658



NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Maart 2006, jaargang 8 nr. 5 artikel 658

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 112! Op de huidige pagina is alleen artikel 658 te lezen.

<< Vorig artikel: 657 | Volgend artikel: 659 >>

658 Loodwinning in Middeleeuws Frankrijk
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie ! Klik hier voor alle artikelen over Olie, Gas & Mijnbouw !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In 1161 verleende de Koning van Frankrijk, Lodewijk de Zevende, diverse rechten aan de Bisschop van Mende (in het Massif Central), waaronder het recht op mijnbouw en op het maken en uitgeven van muntgeld. Dit was destijds van groot belang, omdat de macht over het gebied ter discussie stond; het was een strijd waaraan pas in 1307 een einde kwam.


Ligging van de onderzochte locaties

Het betwiste gebied bevatte talrijke ertsvoorkomens, vooral van lood, waaruit zilver als bijproduct kon worden gewonnen. Zilver was van enorm economisch belang omdat het geldverkeer uitsluitend op zilveren munten was gebaseerd. Het lood werd gebruikt voor tal van toepassingen. Een van de belangrijkste gebieden binnen westelijk Europa waar lood gewonnen werd, was bij de Mont-Lozère. In de nabijheid van de winplaatsen, die in veel gevallen ondergronds waren, werd het erts ook gesmolten, zoals blijkt uit de bergen slakken. Vanwege de politiek instabiele situatie werd het gewonnen looderts echter niet altijd verwerkt in de dichtstbijzijnde smelterij. Hoe het 'verkeer' in lood plaatsvond is nu onderzocht op basis van verschillen in verhoudingen tussen de diverse loodisotopen. Hiertoe werden loodmonsters verzameld uit de nog bestaande hopen van mijnafval en in de bergen slakken. Daarbij werden de activiteiten die plaats hadden gevonden gedateerd met behulp van C-14 uit houtskool dat op die plaatsen aanwezig was.


Ingang van middeleeuwse lood/zilvermijn


Middeleeuwse laag van slakken ontstaan bij
het smelten van het looderts


Vier van de vijf plaatsen waar houtskool werd verzameld leverden een ouderdom op tussen 930 en 995 BP (BP = Before Present, waar ‘Present’ is vastgesteld op het jaar 1950). Rekening houdend met de onzekerheidsmarge van de dateringen van 45 jaar moeten de metallurgische activiteiten op deze plaatsen dus hebben plaatsgevonden tussen 1025 en 1210. De ouderdom van de vijfde plaats wijst op activiteit tussen 1195 en 1280. Deze ouderdommen stemmen goed overeen met wat te verwachten was op basis van de overdracht in 1161 van de eerder genoemde rechten aan de Bisschop van Mende, Aldeberg de Derde: die zou de zilvermijnen geëxploiteerd hebben voor de productie van munten en het lood voor andere doeleinden.

Uit de loodisotopen blijkt dat bijna geen van de mijnen geen materiaal geleverd heeft aan de onderzochte smelterijen: het lood was afkomstig uit twee kleine gebiedjes (Le Devois en Las Combettes, beide ten ZO van Montmirat), waarschijnlijk uit in totaal 4 mijntjes. Daarbij valt op dat deze mijntjes de aders met looderts bevatten die het rijkst zijn aan zilver. Ook is opvallend dat in de smelterijen niet het erts uit de meest nabijgelegen ertsvoorkomens werd behandeld; de onderzoekers veronderstellen dat daarbij de eigendomsrechten van de gebieden met ertsvoorkomens en smelterijen een rol speelden.


Afvalberg van de lood/zilvermijnen

Een ander opvallend verschijnsel is dat alle plaatsen waar het erts bewerkt werd, op een hoogte liggen tussen 1360 en 1430 . Palynologische gegevens wijzen erop dat dit destijds de hoogste zone ter plaatse was waar nog berken groeiden. Uit het houtskoolonderzoek blijkt dat voor de bereiding van dat houtskool meer dan 99% berk werd gebruikt. De bewerkingsplaatsen lagen dus op de hoogste plaatsen waarheen het looderts (uit de hoger gelegen mijntjes) heen moest worden vervoerd om te worden bewerkt.

Referenties:
  • Baron, S., Carignan, J., Laurent, S. & Ploqwuin, A., 2006. Mediaeval lead making on Mont-Lozère Massif (Cévennes-France): tracing ore sources using Pb isotopes. Applied Geochemistry 21, p. 241-252.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Sandrine Baron, CNRS, Centre de Recherches Pétrographiques en Géochimiques, Vandoeuvres lès Nancy (Frankrijk).


Copyright © NGV 1999-2014
webmaster@geologischevereniging.nl