NGV-Geonieuws 105 artikel 625



NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 November 2005, jaargang 7 nr. 22 artikel 625

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 105! Op de huidige pagina is alleen artikel 625 te lezen.

<< Vorig artikel: 624 | Volgend artikel: 626 >>

625 Ontsnappende gashydraten joegen temperatuur op in Midden-Jura
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Olie, Gas & Mijnbouw ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Omstreeks 180 miljoen jaar geleden, in het Midden-Jura, steeg de temperatuur op aarde plotseling sterk. Hoe dat kwam, werd ontdekt door een promovendus van de Open Universiteit in Engeland, Dave Kemp, in samenwerking met de stafleden Angela Coe en Anthony Cohen en met Lorenz Schwark van de Universiteit van Keulen. Ze vonden dat er destijds grote hoeveelheden methaangas in de atmosfeer terecht moeten zijn gekomen. Methaan is een nog veel sterker broeikasgas door koolzuurgas.

Het vrijkomen van de gigantische hoeveelheden methaangas leidde tot een temperatuurstijging van zo’n 10 °C, en dat leidde weer tot het uitsterven van een groot aantal soorten, zowel op het land als in zee. Dat er methaangas in het Midden-Jura was vrijgekomen, wisten de onderzoekers al eerder; nu pas is echter duidelijk geworden dat het ging om zulke grote hoeveelheden dat de gevolgen fataal waren voor veel soorten.


De kliffen, even ten noorden van Whitby, waar het onderzoek werd uitgevoerd

Uit het onderzoek, dat werd uitgevoerd in mudstones langs de kust van Yorkshire, blijkt dat het methaangas niet allemaal tegelijk in de atmosfeer is terecht gekomen, maar dat dat gebeurde in drie afzonderlijke stappen, die elk zeer snel plaatsvonden. Na iedere fase probeerde de natuur een nieuw evenwicht te vinden, maar dat duurde steeds enkele honderdduizenden jaren.

Het vrijkomende methaangas was afkomstig uit gashydraten (methaangas met daaraan verbonden kristalwater; dit gashydraat is een ijsachtige substantie die zich, bijv. onder invloed van trillingen of bij verwarming, gemakkelijk splitst in methaangas en water). Dergelijke verbindingen komen momenteel op veel plaatsen in grote hoeveelheden voor in de zeebodem en in permafrostgebieden.


Dave Kemp en Angela Coe nemen monsters van het onderzochte gesteente

Volgens Dave Kemp werd het destijds in de zeebodem aanwezige gashydraat instabiel op momenten dat de aarde, door kleine periodieke schommelingen in de aardbaan, relatief dicht bij de zon stond. Daardoor warmde de oceaan genoeg op om het gashydraat te destabiliseren. De opwarming kan overigens een handje zijn geholpen doordat verhoogde vulkanische activiteit destijds veel broeikasgassen in de atmosfeer bracht. Toen het methaangas (CH4) eenmaal in de dampkring was vrijgekomen, reageerde het met zuurstof waardoor het meer bekende broeikasgas CO2 ontstond.

De onderzoekers stellen dat hun resultaten meer inzicht verschaffen in de snelheid waarmee zowel de aarde als het leven op onze planeet reageren op het plotseling vrijkomen van grote hoeveelheden methaangas in de atmosfeer. Ze denken dat de huidige vrijzetting van CO2 door het verbranden van fossiele brandstoffen wel eens sneller zou kunnen gaan dan de vorming van dat gas door de oxidatie van het methaangas 180 miljoen jaar geleden. Omdat de gevolgen toen desastreus waren voor het leven op aarde, is het volgens hen noodzakelijk om actie te ondernemen teneinde een soortgelijke ramp in de toekomst te voorkomen.

Referenties:
  • Kemp, D.B., Coe, A.L., Cohen, A.S. & Schwark, L., 2005. Astronomical pacing of methane release in the Early Jurassic period. Nature 437, p. 396-399.

Foto's ter beschikking gesteld door het Centre for Earth, Planetary, Space & Astronomical Research van de Open University, Milton Keynes (Groot-Brittannië).


Copyright © NGV 1999-2014
webmaster@geologischevereniging.nl