Waarschijnlijk is de klassieke Minoïsche beschaving op Kreta waarschijnlijk niet - zoals in de laatste jaren werd verondersteld - aan zijn eind gekomen door een enorme vloedgolf, maar door twee verwoestende aardbevingen. Die aardbevingen moeten rond 1700 en 1450 v.Chr. zijn opgetreden, en ze hadden intensiteiten van IX tot X van de schaal van Richter. Aardbevingen met een intensiteit van IX zijn verwoestend, en er raken veel gebouwen zwaar beschadigd. Bij intensiteit X is sprake van een vernietigende aardbeving waarbij grondverplaatsingen optreden en waarbij in Nederland aanzienlijke schade aan dammen en dijken zou optreden. Dergelijke aardbevingen treden statisch gezien eenmaal per 10-100 jaar op, gerekend over de hele wereld.
DE SPILI-BREUK DIE HET LANDSCHAP OP KRETA NOG STEEDS IN HOGE MATE BEPAALT
Gebouwen uit de Minoïsche periode vertonen schade waaruit de twee aardbevingen zijn gereconstrueerd. Het gaat daarbij om bekende archeologische plaatsen, Phaistos en Agia Triada. Op beide plaatsen zijn ondermeer paleisachtige gebouwen door de aardbevingen verwoest. De karakteristieken van de schade wijzen op een beving die een oost-west lopende breuk zou moeten hebben veroorzaakt. Onderzoek in aangrenzende gebieden leverde inderdaad het bewijs op voor het bestaan van twee grote breuken (de Spili- en de Agia Galini-breuk), waarlangs het ene pakket zo’n 8-10 m is afgegleden van het andere. De breuken zijn over een lengte van zo’n 50 km nog steeds goed zichtbaar als steile wanden (zie foto) die de topografie van het landschap in aanzienlijke mate bepalen. Uiteraard kan niet worden bewezen dat juist deze breuken zijn veroorzaakt bij de aardbevingen van 1700 en 1450 v.Chr., maar ze vertonen wel alle mogelijke kenmerken die dat aannemelijk maken. Er zijn geen andere breuken van een dergelijke omvang aangetroffen die zouden kunnen samenhangen met de verwoesting van de nederzettingen van Phaistos en Agia Triada.
Rek in de aardkorst ter plaatse (in noordoost-zuidwest richting) die ook in de laatste 50 jaar tot - overigens veel kleinere - aardbevingen heeft geleid, moet tot de breukvorming hebben geleid. Het reksysteem is een gevolg van de wijze waarop de Afrikaanse lithosfeerschol onder de Aegeïsche Zee onder de Europees/Aziatische schol wegduikt bij de voortgaande verschuiving van het Afrikaanse continent in noordwaartse richting.
Deze duidelijke aanwijzingen voor twee grote aardbevingen die de Minoïsche beschaving hebben getroffen, zouden ook een verklaring geven voor zaken die bij vroegere verklaringen voor het verval van deze beschaving wat duister bleven. Zo was onduidelijk waarom na de grote vloedgolf omstreeks 1700 v.Chr. (die een gevolg was van een explosief instorten van een vulkaan op het Griekse eiland Thera) niet alle gebouwen op min of meer gelijke wijze waren verwoest. Datzelfde geldt voor hypotheses dat de verwoesting te wijten zou zijn geweest aan invallen. Dat de vloedgolf van 1700 v.Chr. grote verwoestingen heeft aangebracht, is zeer waarschijnlijk. Om de uitzonderlijke Minoïsche beschaving geheel te gronde te richten waren echter twee extreem grote aardbevingen (en waarschijnlijk een reeks van kleinere) nodig.
Referenties:- Monaco, C. & Tortorici, L., 2004. Faulting and effects of earthquakes on Minoan archaeological sites in Crete (Greece). Tectonophysics 382, p. 103-116.
N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Minoïsche beschaving ging ten onder in twee aardbevingen' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (17 april 2004).
Foto welwillend ter beschikking gesteld door Carmelo Monaco, Dipartimento di Scienze Geologiche, Università di Catania, Catania (Italië). |