NGV-Geonieuws 64 artikel 425



NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Maart 2004, jaargang 6 nr. 5 artikel 425

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 64! Op de huidige pagina is alleen artikel 425 te lezen.

<< Vorig artikel: 424 | Volgend artikel: 426 >>

425 De uitbarsting van de Somma in 472 A.D.
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De Vesuvius kent diverse kraters, waarvan de Somma er een is. Op 6 november 472 vond via deze krater een explosieve uitbarsting plaats, waarover Romeinse geschriften bestaan. Recent onderzoek van de afzettingen die bij deze uitbarsting werden gevormd levert, in samenspel met de overgeleverde berichten, het beeld op van een complexe eruptie waarin vier fasen kunnen worden onderscheiden.


DE SOMMA (18e EEUWS SCHILDERIJ VAN PIETRO FABRIS).

Van de Vesuvius zijn uit historische tijden drie grote uitbarstingen bekend. De bekendste is die van 79 A.D., waarbij Pompeď en Herculaneum werden verwoest. Op dat moment vormde de Somma al een caldera (instortingsvulkaan), die moet zijn gevormd doordat bij een eerdere explosieve uitbarsting zoveel magma werd uitgestoten dat de vulkaan als het ware in de geleegde magmakamer instortte. Waarschijnlijk werd het zuidoostelijke deel van de caldera van de Somma bij de uitbarsting in 79 A.D. grotendeels verwoest. Die uitbarsting had zoveel catastrofale gevolgen gehad dat het gebied rond de Somma in 472 nog maar dun bevolkt was (al was er wel landbouw activiteit: Dio Cassius schrijft hierover in zijn Historiae Romanae: “Het bovendeel [van de amfitheatervormige berg] had veel beplanting met wijndruiven, die zich uitstrekten tot binnenin de krater, zo ver als het vuur toestond”). Daardoor was er geen sprake van een sociale ontwrichting zoals in 79. Toch was de uitbarsting van 472 zeer heftig.

Het heftige karakter van de eruptie in 472 verdween snel, maar de vulkaan bleef nog lang actief. Daarover schrijft Procopius van Cesarea in zijn De Bello Gothico: “De berg ligt zeventig stadia ten noorden van Napels. Hij is erg ruig; het onderste gedeelte ligt in de plezierige schaduw van een bosgebied; het hogere gebied is afschuwelijk, vanwege zijn steile rotswanden en ruige voorkomen. Nabij het midden van de top opent zich een zo diepe spleet dat die de onderste wortels van de berg lijkt te bereiken. Daar kun je, omlaag kijkend, vuur zien en soms een ronddraaiende vlammenzee, die de bewoners geen kwaad doet”.

Zo zijn er tal van andere beschrijvingen, deels ook van de uitbarsting in 472 zelf. samen met hun eigen gegevens (onderzoek van ontsluitingen, boringen, chemische analyses) komen de onderzoekers tot de conclusie dat de eerste fase van de uitbarsting een kleine magma-explosie was, die een laag puimsteen opleverde, met daarover grover wordende lagen. Daarna volgde een uitbarsting waarbij minder gas vrijkwam, en dus dichtere lagen werden afgezet. Verzadiging met grondwater zorgde voor een derde fase met modderstromen. De laatste fase werd gekenmerkt door grondwater dat in de magmakamer binnendrong, waardoor een enorme uitstoot plaatsvond, met een gewelddadig karakter.

Beschrijvingen hiervan bestaan onder meer van Procopius: “Elke keer dat er as wordt uitgestoten, nemen de vlammen rotsblokken op van de bodem, hoe klein of groot ze ook mogen zijn, heffen ze op tot boven de top van de berg, en gooien ze dan op goed geluk in het rond. Een wilde stortvloed van vuur stroomt van de top naar de berghellingen en verder. Al deze gebeurtenissen komen ook bij de Etna voor. De rivier van vuur vormt wanden aan beide zijden, intussen een bedding uitschurend. Het vuur dat oorspronkelijk in de stroom werd meegevoerd, is gelijk aan een stroom van heet water, Als het vuur dooft, stopt de stroom. De door het vuur gevormde afzetting lijkt te bestaan uit modder gelijk aan as”.

Referenties:
  • Rolandi, G., Munno, R. & Postiglione, I., 2004. The A.D. 472 eruption of the Somma volcano. Journal of Volcanology and Geothermal Research 129, p. 291-319.


Copyright © NGV 1999-2014
webmaster@geologischevereniging.nl