NGV-Geonieuws 3 artikel 40



NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 1999, jaargang 1 nr. 3 artikel 40

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 3! Op de huidige pagina is alleen artikel 40 te lezen.

<< Vorig artikel: 39 | Volgend artikel: 41 >>

40 Nederland daalt en stijgt tegelijkertijd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het stijgen van de zeespiegel - al dan niet onder invloed van het broeikaseffect - wordt door velen als een bedreiging gezien voor langs de kust gelegen laaglandgebieden, zoals Nederland. De vraag is echter of de zeespiegel werkelijk stijgt. Zeker is dat het landoppervlak in West-Nederland daalt ten opzichte van de zeespiegel, maar dat kan een gevolg zijn van oxidatie van veen, inklinking van klei en soortgelijke processen die het bovenste sedimentpakket beÔnvloeden.

Het is dus beter om te kijken naar de beweging van de zeespiegel ten opzichte van de zandafzettingen die in de laatste ijstijd ontstonden, en die nauwelijks aan vergelijkvare processen blootstaan. Een dergelijk onderzoek is niet eenvoudig, maar onderzoekers van de Vrije Universiteit in Amsterdam, van Rijkswaterstaat, en van de Universiteit van Canberra (AustraliŽ) hebben de geologische oorzaken van verticale bodembewegingen in Nederland gedurende de laatste eeuw onderzocht. Die relatieve bewegingen ten opzichte van het zeeniveau kunnen een gevolg zijn 'echte' bewegingen van de zeespiegel (zogeheten eustatische zeespiegelbewegingen), maar ook van 'gewone' tektoniek (vergelijkbaar met het opheffen van de Alpen of het wegzakken van de Rijndalslenk), van isostatische compensatie (een reactie van de aardkorst die tijdens de laatste ijstijd door de dikke landijsmassa's werd ingedrukt), en van compactie (samenpersing onder invloed van het gewicht van bedekkende lagen).

Het uitgevoerde onderzoek is gebaseerd op uiterst nauwkeurige geodetische metingen, uitgaande van de top van de zandpakketten uit de ijstijd. De onderzoekers kwamen daarbij tot de verrassende conclusie dat er verticale bodembewegingen voorkomen die, over de laatste eeuw gemiddeld, zo'n 1,5 mm per jaar bedragen. Dat is veel sneller dan over langere perioden het geval is: dan is die waarde zelfs in tektonisch onrustige gebieden een orde van grootte minder.

Uit modelberekeningen blijkt verder dat de gevonden waarden ook slechts voor minder dan de helft kunnen worden verklaard door de tijdelijk (namelijk na de laatste ijstijd) geologisch gezien extreem hoge waarden die onder dergelijke omstandigheden voor isostasie en compactie kunnen worden bereikt. Daaruit concluderen de onderzoekers dat er sprake moet zijn van 'echte' tektoniek. Dat is verrassend omdat Nederland bekend staat als een tektonisch rustig gebied. De relatieve bodembeweging is echter niet overal gelijk: naar het noordwesten toe vinden de onderzoekers een steeds snellere bodemdaling, terwijl naar het zuidoosten toe juist een opheffing plaatsvindt. Er is dus als het ware een scharnierlijn die van noordoost naar zuidwest precies over ons land loopt. Maar er is toch geen sprake van een rigide kantelend blok: de opheffing in het zuidoosten lijkt iets sterker dan in het zuidwesten. Waar de scharnierlijn precies loopt, is nog onduidelijk, want de daling of stijging kan alleen worden vastgesteld aan een referentieniveau, dat in wezen niet in absolute zin bestaat. Loopt die lijn dicht bij de kust, dan kunnen de gevonden dalings- en stijgingswaarden volgens de gehanteerde modelberekeningen worden beschouwd als representatief voor langere tijd (duizenden jaren). Zou blijken dat de absolute scharnierlijn in centraal of oostelijk Nederland loopt, dan is het echter waarschijnlijker dat er - geologisch gezien - snelle schommelingen (binnen enkele eeuwen) in de gevonden waarden optreden.

Referenties:
  • Kooi, H., Johnston, P., Lambeck, K., Smither, C. & Molendijk, R., 1998. Geological causes of recent (~100 yr) vertical land movement in the Netherlands . Tectonophysics 299, p. 297-316.
  • Lange, G. de, Brand, G.B.M. & Schokking, F., 1998. 25 Years of subsidence research in The Netherlands - the growing importance of engineering geology in coatal lowlands. In: Engeneering geology and infrastructure The added value of the engineering geologist - Proceedings of the symposium '25 years jubilee of engineering geology in the Netherlands', p. 74-86. Meetkundige Dienst Rijkswaterstaat, 1997.
  • De vijfde nauwkeurigheidswaterpassing. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat ('s-Gravenhage), 4 pp. Meetkundige Dienst Rijkswaterstaat, 1999(?).
  • NAP-jaarbericht 1997-1998. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat ('s-Gravenhage), 30 pp.


Copyright © NGV 1999-2014
webmaster@geologischevereniging.nl