NGV-Geonieuws 37 artikel 294



NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Januari 2003, jaargang 5 nr. 2 artikel 294

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 37! Op de huidige pagina is alleen artikel 294 te lezen.

<< Vorig artikel: 293 | Volgend artikel: 295 >>

294 Grand Canyon wordt versneld nog dieper
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie ! Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De indrukwekende Grand Canyon, ook wel het achtste wereldwonder genoemd, dankt zijn ontstaan aan de insnijding door de Colorado River van een plateau dat hoog is opgeven; hoe lang die opheffing heeft geduurd, en hoe snel die is gegaan, was lange tijd een punt van verhitte discussies. Die konden voortduren bij gebrek aan methoden om dat vast te stellen. Nu is vastgesteld dat de opheffing niet alleen nog steeds doorgaat, maar dat dat ook steeds sneller gebeurt. Dat hebben drie Amerikaanse aardwetenschappers kunnen berekenen op basis van een nieuw door hen ontwikkelde techniek: ze maten de snelheid waarmee het Colorado Plateau werd opgeheven gedurende de loop van dit proces op basis van de 'blaasjes' die voorkomen in basaltuitvloeiingen.


DE NOORDRAND VAN DE GRAND CANYON

Kleine holtes ('blaasjes') komen veelvuldig in basalten voor. De lucht die ze bevatten representeert de lucht - met al zijn karakteristieken - ten tijde van hun ontstaan, op de plaats van ontstaan. Dat betekent dat de luchtdruk in de blaasjes binnen een lavastroom verschilt: de luchtdruk aan de bovenkant van de lavastroom verschilt van die onderaan. Hoeveel die luchtdruk verschilt hangt af van twee factoren: de luchtdruk die destijds ter plaatse heerste (en die luchtdruk is vooral afhankelijk van de topografische hoogte) en van de dikte van de lavastroom. Die laatste kan worden gemeten in het veld.

Door de vastgestelde waarden voor de luchtdruk in de blaasjes te corrigeren voor de plaats binnen het basaltpakket en voor de dikte daarvan kan ondubbelzinnig een beeld worden verkregen van de luchtdruk die heerste tijdens de basaltuitvloeiingen, en dus van de topografische hoogte waarop dat gebeurde (tijdelijke verschillen in luchtdruk die samenhangen met weerscondities oefenen nauwelijks invloed uit). Doordat er op tal van plaatsen (maar vooral aan de rand van het plateau) en op tal van niveaus binnen het gesteentepakket basalten voorkomen, kregen de onderzoekers een goed beeld van de opheffing van het plateau in de loop der tijd.

Momenteel is het plateau, afhankelijk van de plaats, 1,7-3,3 km opgeheven. Die opheffing moet zon 25 miljoen jaar geleden zijn begonnen. De opheffing vond vanaf dat moment tot ca. 5 miljoen jaar geleden plaats met een gemiddelde snelheid van ongeveer 40 m per miljoen jaar. Dat komt overeen met een totale opheffing van ongeveer 800 meter. Daarna ging de opheffing veel sneller: in de laatste 5 miljoen jaar bedroeg die ca. 1100 meter, wat overeenkomt met een gemiddelde opheffing van 220 meter per miljoen jaar.

Dit betekent dat de Colorado River steeds krachtiger moet eroderen om de versnelde opheffing bij te benen. De nu reeds ruim anderhalve kilometer diepe Grand Canyon zal daarom in (geologisch gezien) rap tempo dieper blijven worden.

Referenties:
  • Sahagian, D., Proussevitch, A. & Carlson, W., 2002. Timing of Colorado Plateau uplift: initial constraints from vesicular basalt-derived paleoelevations. Geology 30, p. 807-810.

N.B.: een iets afwijkende vorm van dit bericht werd onder de titel 'Anderhalve km diepe Grand Canyon wordt sneller dieper' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap en Onderwijs' van NRC Handelsblad (20 oktober 2002).

Afbeelding met toestemming van Susanne Z. Riehemann.


Copyright NGV 1999-2014
webmaster@geologischevereniging.nl