Langs de kust van Apulië (in het zuiden van Italië, langs de Ionische Zee) komen diverse stukken voor waar grote stenen voorkomen op enkele meters boven de huidige zeespiegel. Het grootste blok dat de twee Italiaanse onderzoekers aantroffen, woog zo’n 80.000 kg en was 1,8 m omhoog geworpen; het had kennelijk ook een horizontale afstand afgelegd van ongeveer 40 m.
Dit is niet het enige merkwaardige verschijnsel ter plaatse. Het blijkt dat langgerekte stenen allemaal met hun lange as in dezelfde richting wijzen, met een zeer geringe spreiding. Ook liggen ze in sommige gevallen dakpansgewijs op elkaar (net zoals dat gebeurt op een rolsteenstrand of, soms, in een rivier), waarbij dat ook weer steeds in dezelfde richting gebeurt. Deze uniforme oriëntatie wijst op een eenmalig proces; de verplaatsing van dergelijk grote keien wijst op een enorme transportkracht. De onderzoekers vinden daarom maar een aannemelijke verklaring: de stenen moeten zijn opgenomen, meegevoerd en afgezet door een tsoenami (een vloedgolf zoals die kan ontstaan na een zeebeving).
De stratigrafische positie van de stenen wijst, evenals de morfologie ter plaatse, op een gebeurtenis die tijdens het Holoceen moet hebben plaatsgevonden. Op de stenen zijn schelpresten aangetroffen die zijn gedateerd op 1421-1568 n.Chr. Dat is uiteraard een tijd waarvan schriftelijke bronnen zijn bewaard. Die maken inderdaad melding van een zware aardschok die het zuiden van Italië trof op 5 december 1456.
Referenties:- Mastronuzzi, G. & Sansò, P., 2000. Boulders transport by catastrophic waves along the Ionian coast of Apulia (southern Italy). Marine Geology 170, p. 93-103.
|