1182 Ichthyosauriërs kregen gelijke vormen na massa-uitsterving Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan |
|
Op de grens van Trias en Jura, ca. 200 miljoen jaar geleden, trad een massa-uitsterving op. Die voorkwam bijna dat we ooit de honderden nu bekende fossiele restanten zouden vinden van de ichthyosauriërs, een groep van meestal dolfijn-vormige zeedieren die niettemin hun hoogtepunt pas beleefden in het Jura. Hoe aansprekend deze dieren nu ook mogen lijken, het waren - volgens een recente studie - slechts de nakomelingen van een veel gevarieerdere groep dieren. De ichthyosauriërs, die zich vooral voedden met dieren zoals ammonieten en belemnieten, ontstonden ongeveer 250 miljoen jaar geleden (Vroeg-Trias); ze pasten zich gedurende het Trias aan diverse milieus aan, waardoor een grote variatie ontstond in vorm en grootte (30 cm tot 20 m). De grootste soorten deden dus niet onder voor de huidige walvissen. Het waren behendige zwemmers, die zich voortbewogen door hun staart heen en weer te bewegen, en door hun tot vinnen omgevormde voorpoten te gebruiken als peddels.

Schedel en reconstructie van het skelet
van Hauffiopteryx typicus
(foto schedel Matt Williams; tekening
skelet Hannah Caine).
De grote diversiteit en hun voorkomen in sterk uiteenlopende mariene milieus kwam 200 miljoen jaar geleden plotseling tot een einde toen er een massa-uitsterving optrad als gevolg van de grote vulkanische uitbarstingen die samenhingen met de beginnende opening van de Atlantische Oceaan. De vulkanische gassen zorgden bovendien voor een groot zuurstoftekort in het zeewater. Slechts drie of vier soorten ichthyosauriërs overleefden deze catastrofale periode, maar er volgde in het Jura een nieuwe bloeitijd.
Tot nu toe werd aangenomen dat de soortenrijkdom in het Jura de vroegere diversiteit weerspiegelde. Dat blijkt echter niet zo te zijn geweest: gedurende het Jura waren er weliswaar uiteindelijk ongeveer evenveel soorten als in het Trias, maar de variatie in vorm en lengte was slechts zo’n 10% van wat die in het Trias was geweest. Dit kwam als een complete verrassing, maar het verklaart wel waarom bijna alle fossiele exemplaren die in de laatste 20 jaar zijn gevonden, zoveel onderlinge gelijkenis vertonen. Volgens de onderzoekers geeft dit duidelijk aan dat een massa-uitsterving niet alleen gekenmerkt wordt door het verdwijnen van een groot aantal diergroepen (en soms ook planten), maar dat de hele ontwikkeling van de evolutie er ook door kan worden veranderd. Normaal is dat binnen een bepaald taxon eerst het aantal vormen toeneemt, en dat pas daarna het aantal soorten binnen het taxon significant groter wordt. Na de massa-uitsterving op de Trias/Jura-grens ging het echter juist andersom: het aantal soorten nam tijdens het Vroeg-Jura sterk toe, maar er trad slechts weinig verschil in vorm op. De onderzoekers willen in een vervolgonderzoek nagaan of dat ook het geval is bij andere groepen die een massa-uitsterving hebben overleefd.

Het leefmilieu van de ichthyosauriërs.
| 
Evolutie van de ichthyosauriërs.
|
Referenties:- Thorne, Ph.M., Ruta, M. & Benton, M.J., 2011. Resetting the evolution of marine reptiles at the Triassic-Jurassic boundary. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 108, p. 8339-8344.
Figuren: University of Bristol, Bristol (Groot-Brittannië). |