|
Afdelingsblad van NGV afdeling Winterswijk
|
Afdelingsblad
Mozaiek
Samenvatting van verenigingsavonden
maandag 9 februari 2009
Jaarvergadering.
De 27 aanwezigen ontvangen voor rekening van de penningmeester koffie met koek, een bijgewerkte ledenlijst en Mozaïek nr. 1 van jaargang 2009, een extra dik nummer waarin een bijlage de ontwikkelingen rond het Museum voor het Landschap belicht. De jaarcijfers van de penningmeester worden op een separate bijlage verstrekt.
De jaarvergadering voltrekt zich volgens de in Mozaïek gepubliceerde agenda. In datzelfde nummer is ook het jaaroverzicht te vinden.
Van de NGV (George Brouwers) is er de aankondiging van de landelijke contactdag op zaterdag 7 maart in Utrecht. Met interessante inleidingen, een gezamenlijke lunch en een geologische informatiemarkt, en dat alles tegen een toegangsprijs van € 12,00.
Jan Drent laat horen dat hij de waarderende woorden in het voorwoord van Mozaïek weet te waarderen, maar overwaardering tot 20 functiejaren lijkt hem te veel van het goede.
Naar aanleiding van het jaarverslag 2008 wordt het volgende opgemerkt:
-De in Mozaïek ontbrekende excursieverslagen zijn te vinden op onze website, waarop ook informatie over andere onderwerpen kan worden ingezien.
-Meer adverteerders (€ 25 per jaar) in Mozaïek zijn welkom. Een ieder mag ze aanbrengen.
-De oprichtingsbijeenkomst van de NGV afdeling Winterswijk e.o. vond niet plaats ten huize van Gerrit Griffioen maar bij Henk Kolstee, zo weet Willem Peletier die er 40 jaar geleden zelf bij aanwezig was.
-In 2010 zal NAC De Huusker weer een geologisch scholenproject organiseren. (Met onze hulp hopen ze wederom determinatiemateriaal te verwerven).
Het kalenderjaar 2008 kon worden afgesloten met een batig saldo van € 1970,19.
De penningmeester attendeert hierbij op nog niet betaalde contributies over afgelopen jaar.
De kascontrolecommissie bestaande uit Hans Kroes en Ben Hofs heeft de jaarcijfers gecontroleerd en in orde bevonden. Onder applaus wordt aan penningmeester en bestuur decharge verleend. De vergadering gaat accoord met de begroting 2009.
Als opvolger van Hans Kroes die aftredend is wordt Edy Kwak in de kascontrolecommssie benoemd.
Voor de aftredende en herkiesbare bestuursleden zijn geen tegencandidaten ingediend.
Herkozen worden (derhalve): Cees Ehlers, Henk Oosterink, Willem Peletier en Peter Peters, de laatste voor een periode van één jaar.
De resterende verenigingsavonden zullen conform het jaarprogramma worden afgewerkt.
Excursies zijn gepland op 21 maart naar Gerhard Wikker in Rees en op 4 april naar Wettringen en Haddorf. Op nader te bepalen data (vermoedelijk in september) naar een zoutmijn in de Harz.
Voor de meerdaagse excursie naar het zuiden van Engeland in de meivakantie hebben zich al 9 deelnemers gemeld. Intekening kan per e-mail bij Cees Ehlers of in de “gele map” op verenigingsavonden.
Op 4 en 5 april worden de Nationale Museumdagen gehouden en op 28 juni of 5 juli de Freriksdag.
De Werkgroep Muschelkalk verzorgt ook in 2009 weer de open dagen in en de excursies naar de Steengroeve. Desgevraagd wordt vlotweg berekend dat de werkgroep in het afgelopen jaar zo’n 2650 bezoekers in de groeve heeft begeleid. De werkgroep-leden mogen na deze berekening complimenten en applaus in ontvangst nemen.
Ook applaus is er voor Eric van Haeringen die, zoals Rigt ons weet te melden, landelijk de top van de wiskunde-scholieren heeft weten te bereiken en daarvoor een ereprijs ontving.
Hoofd- eind- en opmaakredacteur van Mozaïek, c.q. juist herbenoemd voorzitter legt op een vraag van Henk Oosterink uit waarom paginanummering van Mozaïek lastig is.
De Werkgroep Zwerfstenen zou voor haar bijeenkomsten graag over een grotere ruimte beschikken, maar dan wel op niet te grote afstand van determinatiemateriaal. Suggestie: als daar geen expositie staat is de deel van Museum Freriks voor dit doel bruikbaar.
AnnaWil Rumpt is verhuisd en Jan Tjalkens heeft een ander e-mail adres (zie “Personalia”).
Tot besluit geeft Cees toelichting bij de als bijlage in Mozaïek opgevoerde stand van zaken inzake een Museum van het Landschap in Winterswijk. Daarbij beklemtoont hij vooral dat de vier in aanmerking komende locaties elk hun specifieke voor- en nadelen hebben. Het gaat hierbij om een plek bij de Steengroeve, in de hertenweide bij Museum Freriks, het verlaten Postkantoor of de voormalige HBS aan de Zonnebrink.
Tot besluit van de bijeenkomst is voorzien in een vertoning van beelden uit Canada. Alles is in gereedheid gebracht maar helaas, het samenspel tussen beamer en laptop wil niet tot stand komen.
maandag 9 maart
“Het Binntal en Saas Fee” door Kees Mak
Voorzitter Ehlers kan 31 toehoorders welkom heten waaronder nieuw lid Joke Stomps uit Lochem en oud-lid Ans Velders die uit blijdschap om weer eens in ons midden te kunnen zijn tracteert op lekkers bij de koffie. Ook zijn er enkele niet-leden te gast.
(Volgens onze webmaster is de goede opkomst het gevolg van zijn digitale propaganda).
Cees heeft verschillendsoortige lectuur in de opruiming. Gratis verkrijgbaar in de pauze.
Kees Mak stelt zich voor als voorzitter en daarnaast ook secretaris en penningmeester van de NGV afdeling Gelre; bovendien is hij op meerdere fronten actief, geologisch zowel als sportief.
Aan het begin van zijn presentatie krijgen we een pakweg 20 jaar jongere Kees te zien, als bergwandelaar gefotografeerd op de top van de Breithorn. Zijn geologische belangstelling werd destijds gewekt door de tijdens meerdere bergtochten toevallig gevonden, opgeraapte, meegenomen en thuis nader bestudeerde stenen. Een voor menigeen herkenbaar verhaal.
Het ontstaan van de Alpen in het algemeen en van de Walliser Alpen in het bijzonder wordt door spreker in grote lijnen uiteengezet. Kenmerkend voor de Alpen zijn de verschillende dekbladen die over de kristallijne ondergrond zijn geschoven, de zuidelijke steeds over de noordelijke. In het Wallis treffen we ten zuiden van de Rhone, daar waar Binntal en Saas Fee liggen, het Penninisch dekblad aan.
Alle in dit gebied aanwezige gesteenten hebben tijdens en na de opheffing en plooiing een metamorfose ondergaan. Hun structuur en als regel ook het mineralenbestand stammen uit de tijd tussen Boven Krijt en Tertiair en zijn niet ouder dan zo’n 90 miljoen jaar, het tijdstip waarop de metamorfose inzette. Tijdens de vormingsprocessen van de Alpen, gedurende zo’n 50-60 miljoen jaar werd het gesteente omgevormd tot wat we er nu kunnen aantreffen.
Door het Binntal in het Zwitserse Wallis (hemelsbreed een kilometer of 12 ten noord oosten van de Simplonpas) loopt de oude romeinse weg van Italië naar het Boven Rijndal over de Albrunpass. De gesteenten die in het gebied voorkomen zijn serpentiniet, Bundnerschiefer, Grünschiefer (ofioliet) en dolomiet. Maar ook paragneizen. Als specifieke vindplaatsen voor bepaalde gesteenten en mineralen noemt spreker o.a. het Feldbachtal met sideriet, apatiet en torberniet; Kollergraben waar de titaniumoxyden anataas en rutiel (in de variëteit sageniet) maar ook monaziet en magnetiet voorkomen; de Geispadsee met hoornblende en chloriet; nadelquarts van de Albrunpass en fluoriet bij de Binntalhütte, samen met nog enkele mineralen met – voor uw scribent – onuitspreekbare namen.
En dan is er natuurlijk Lengenbach, de wereldberoemde vindplaats van 116 mineralen waarvan er 27 stuks typelokaal en 13 stuks uniek zijn en voor zover bekend nergens anders op aarde voorkomen. Van de verschillende mineralen behoren er maar liefst 60 tot de klasse van de sulfiden, daaronder zijn 42 sulfozouten. In een power point presentatie zien we al dit moois aan onze neuzen voorbijgaan.
Een kijkje op de, volgens Kees oergezellige, mineralenbeurs van Binn die in een tent wordt gehouden besluit het eerste deel van de avond.
Na de koffiepauze en de bezichtiging van de uitgestalde vondsten stapt Kees Mak over op Saas Fee, een autovrij oord, waarvan hij de omgeving een paradijs voor micromounters noemt. De plaats, op een hoogte van 1800 m, ligt in een imposante krans van bergen, allen “Viertausender”. Spreker noemt de Dom met 4545 m de hoogste berg op Zwitserse bodem, uw notulist weet zich van lang geleden te herinneren dat de nog net op Walliser bodem gelegen Dufourspitze in de Monte Rosagroep met 4634 m de topper is.
Merkwaardig is de tegen het einde van de Jura in dit gebied tussen het Penninisch dek binnengeschoven grote massa Grünschiefer.
Door spreker worden bijzonderheden van verschillende locaties genoemd en getoond.
We horen over het op serpentijn gelegen Felskin, de gabbro van de Allalinhorn die plaatselijk tot wel 1000 m dik is en de bijzonder fraaie Saussuriet-Smaragdit-Gabbro met z’n groenige, blauwige en porseleinwitte kleuringen, over perowskiet en kwartsen, fuchsiet uit de Mattmark en de plekken waar apatiet, albiet, anataas of titaniet met kennis van de juiste ontsluitingsplaatsen kan worden opgespoord.
Vooral in de Grünschieferzone kunnen mooi gevormde granaten worden aangetroffen zoals geelgroene tot zwarte (melaniet) kalk-ijzergranaat andradiet, en roodbruine hessoniet.
Meerkleurige vesuviaan met diopsied, van geelkleurig tot bruin bracht Kees mee uit de buurt van Längfluh bij de Feegletscher.
Aan de enorme hoeveelheid informatie en de vele mooie plaatjes voegt Kees Mak tot slot de voor amateur-geologen uiterst prettige boodschap toe dat in het Wallis nog mag worden gezocht. In het Tessin mag je absoluut niets oprapen en in overig Zwitserland is een vergunning vereist.
Voor de spreker rest naast een welverdiend applaus het dankwoord van de voorzitter.
maandag 20 april 2009
“Reptielen en vissen van het Onder-Krijt” door Peter Formanoy
Als uitvloeisel van het uitwisselingsprogramma is Peter Formanoy van de NGV afdeling Twente vanavond bij ons te gast. Hij heeft vijf supporters uit het Twentse meegebracht.
Op 17 november a.s. gaan wij in Enschede op tegenbezoek.
Om 20:12 uur opent voorzitter Ehlers de bijeenkomst en verwelkomt de 31 aanwezigen.
Ondersteund door een power point presentatie en met assistente Marjolein, die de techniek regelt, geeft Peter een uiteenzetting over het leven op aarde ten tijde van het Onder-Krijt. Ook de daaraan voorafgaande overgangsperiode uit Boven-Jura, met de vorming van Wealden in brak- en zoetwatermeren komt in het verhaal aan de orde.
Om te beginnen krijgen we een impressie van een landschap in beeld, zoals het er in het tijdvak van het Onder Krijt waarschijnlijk uitzag. Met plantengroei van o.a. varenachtige soorten; loofbomen en bedektzadigen zijn er nog niet te bekennen.
De in fossiele plantenresten gevonden jaarringen indiceren het heersende klimaat en de klimaatschommelingen.
Het dierenleven floreert bovenal in of bij het water. Fossiel materiaal van vindplaatsen in bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk, Spanje en Zuid Engeland, maar evengoed uit China of Noord- en Zuid-Amerika, Australië dan wel andere plekken op aarde geeft inzicht in de diversiteit van de toenmalige fauna, in de vormen en afmetingen van de dieren die destijds op aarde voorkwamen zowel als in hun verspreidingsgebied. Tijdens Jura en Krijt waren Amerika, Azië en Europa nog niet tot hun huidige posities uiteen gedreven. Zodat we dezelfde of vergelijkbare soorten kunnen aantreffen in gebieden c.q. continenten die destijds nog aaneengesloten en beloopbaar waren.
Zoals de titel van de lezing al aangeeft krijgen we te horen en te zien van de locaties waar Peter rondzwierf, botten en botjes verzamelde, pootafdrukken en loopsporen fotografeerde,
gelijkgestemden ontmoette en andermans vondsten bewonderde. En al doende wist hij op zijn nog jeugdig te noemen leeftijd al een indrukwekkende hoeveelheid kennis te vergaren.
Wij leren beenvissen en kraakbeenvissen te onderscheiden, krijgen informatie over krokodillen en schildpadden en zien in tabellen met levenslijnen van bepaalde soorten de tijdspanne van hun opkomst, bloei en ondergang.
Afbeeldingen van sauriërs verduidelijken de verschillende in zowel grootte als lichaamsbouw. Sauropoda, Ornithopoda, Plesio- en Pliosauriërs, de vliegende Pterosauriërs, Iguanodotia,
Tyreophora en Tyrannosauria; wie de uiteenzetting van Peter Formanoy heeft aanhoord weet waarin deze en andere soorten al dan niet gelijkenis vertonen met “Nessie” zoals we die kennen uit het Loch Ness.
Tussen alle wetenswaardigs valt geregeld ook veel aardigs op te merken.
Zoals een loopspoor in een gipsgroeve waarbij de sauriër door de gipskorst is gezakt (bij het indampingsproces vormt zich als eerste een gipskorst aan de wateroppervlakte).
Of dat de lengte van nek en staart bij de langnekken voor balans zorgt.
Of dat de Pterosauriër in Zuid Amerika broedde, maar af en toe ook bij ons.
Bijzonder zijn zeker ook de resten van vogels (vondsten in China en Spanje). En, hoewel nog klein van stuk, zoogdieren leefden er ook toen al.
Het tweede deel van de lezing gaat over bijtsporen op fossiele botten.
Botvondsten blijken soms inkepingen te vertonen, met een regelmatig weerkerend specifiek patroon. Onderzoek heeft uiteindelijk uitgewezen dat het bijtsporen betreft. Ook in zee wordt voedsel door allerlei dieren, van beenvissen tot zeehonden afgekloven.
Zo komen we tot besluit van het verhaal terecht bij de haaien, een in TV uitzendingen van National Geografic regelmatig optredende populaire diersoort. We horen over de eetgewoonten van de vriendelijke lamniforen tot de agressieve alles etende witte haaien. Over de alles verslindende tijgerhaaien waarbij zelfs oliedrums en buitenboordmoteren in de maag zijn aangetroffen. Ook de indrukwekkende afmetingen van deze zeerovers spreekt tot de verbeelding waarbij de megalodon met een lengte van meer dan 18 meter de kroon spant.
In zijn dankwoord memoreert voorzitter Ehlers hoe hij lang geleden Peter Formanoy leerde kennen als jochie dat aan de hand van z’n moeder geologie-beurzen bezocht. Nu Peter uit de kluiten is gewassen weet hij een voortreffelijk, prima gedocumenteerd verhaal te houden. Bovendien weet hij ook op vragen steeds een duidelijk antwoord te geven.
Alleszins prijzenswaardig.
Maandag 11 mei 2009
“De mysterieuze moler van het eiland Fur” door Paul Hille.
De secretaris fungeert vandaag als waarnemend voorzitter en verwelkomt de aanwezigen; onder hen Johannes v.d. Velde van de afd. Twente. Bijzonder welkom geheten worden gastspreker drs. P.J. (Paul) Hille en Arent Noordink die weer in ons midden is.
Mededelingen:
-Afgelopen zaterdag 9 mei werd in Uden de landelijke NGV jaarvergadering gehouden met daarbij de installatie van een Raad van Advies. Cees Ehlers is onze afgevaardigde in dit college. Wij mogen een tweede lid benoemen. Liefhebbers kunnen zich melden.
-Ook dit jaar staat onze afdeling 28 juni op de Freriksdag.
-Op 17 november a.s. gaan we op tegenbezoek bij de afd. Twente, Henk Oosterink houdt er een inleiding.
-Herman Winkelhorst meldt dat een door hem ontdekte kleine sauriër als eerbetoon aan de vinder officieel de naam winkelhorsti meekreeg (applaus!!!).
“Mysterieus”, zoals in de betiteling, is de moler van Fur na Paul Hille te hebben beluisterd zeker niet meer te noemen, het blijkt wel een opmerkelijk geologisch fenomeen te zijn.
Het Deense eiland(je) Fur heeft een oppervlakte van 22 km², tot 40 m hoge kliffen, ongeveer 1000 inwoners en een, voornamelijk dankzij de moler bezienswaardig geologisch museum.
De benaming moler (in het Deens klinkt het ongeveer als “molair”) staat voor een sedimentaire afzetting, ontstaan in het tijdvak tussen Boven Paleoceen en Onder Eoceen, rond 54 à 55 miljoen jaar geleden. Deze Fur-formatie is te vinden aan de noordzijde van het eiland en bestaat uit 179, afwisselend licht tot donker gekleurde lagen, elke laag is genummerd en beschreven. Het lichtgekleurde materiaal bestaat grotendeels uit diatomiet, de donkere lagen bevatten vulkanische as.
Spreker schetst de ontstaansgeschiedenis en de condities waaronder die kon plaatsvinden.
Belangrijk daarbij was o.a. het klimaat en de temperatuur van het zeewater; de enorme algengroei die alle zuurstof uit het water verbruikte en bij het rottingsproces mogelijk ook giftige stoffen veroorzaakte met als gevolg het afsterven van alle andere in zee levende soorten, inclusief de rovers. Het bezinken van afgestorven zeeflora en –fauna, waaronder diatomeeën, silicoflagellaten en radiolarieën met daarbij ook smectiet, een kleimineraal dat door opname van water sterk zwelbaar is, leverde een sliklaag. De hierin aanwezige skeletdeeltjes waren niet platgedrukt of versplinterd zodat een poreuze, lichte gesteentelaag kon ontstaan. Het gesteente uit de moler van Fur is zo licht dat het op water drijft.
De procesgang werd periodiek onderbroken doordat er op de gevormde sliklaag vulkanische as werd afgezet die naar alle waarschijnlijkheid afkomstig was uit vulkanisme in de contreien van Schotland. De efflata van de inmiddels verdwenen vulkanen werd door de lucht of door het zeewater naar Fur en omgeving getransporteerd, waaruit de donkere lagen ontstonden.
Diatomeeënaarde wordt van oudsher gebruikt als absorptiemiddel voor bestrijding van gelekte olie en als kattenbakvulling. Op Fur wordt het in kleinschalige groeves gewonnen.
Die groeves leveren naast fossielen van vissen en andere dieren die in het water leefden ook van het land afkomstige wezens als vogels, libellen, muggen, kevers maar ook van bomen.
Het heelhuids bergen van deze fossielen is door het lichte gesteente een vaak hachelijke zaak. Als ongeveer het zwaarste gereedschap dat hierbij kan worden gebruikt wordt een plamuurmes geadviseerd. En je moet een doos bij de hand hebben om de vondst meteen in te kunnen schuiven.
De kliffen langs de kust werden 7000 tot 10.000 jaar geleden gevormd en zijn van harder materiaal. Ook daaruit stammen fossielen. Op sommige plaatsen zijn zaken als pro-glaciale vervorming, gelaagdheid en geplooidheid waarneembaar.
De vele fossielen waarvan we fraaie afbeeldingen te zien krijgen zijn voor een belangrijk deel verzameld door het Nederlandse echtpaar Van Kleij, dat al jaren op Fur actief is.
Het meest opvallende aan de fossielen is niet dat er vissen of kreeften zijn gevonden, dat is bij marine sedimenten te verwachten, maar dat er insecten, vliegen en muggen, kevers en sprinkhanen tussen zitten. Uit de moler van Fur zijn alleen al 70 vondsten van vogelfossielen bekend. In het algemeen gaat het hierbij om onbehendige vliegers die te water zijn geraakt en onder de heersende omstandigheden zonder te zijn opgepeuzeld of verrot op de bodem belandden.
Wie in Denemarken op zoek gaat naar geologische of archeologische bodemvondsten moet rekening houden met de Danekrae-wetgeving. Daarin is bepaald dat alle bijzondere bodemvondsten toekomen aan de Deense staat.
Paul Hille wist de aanwezigen te begeesteren (er waren er meteen al die met plannen kwamen om volgend weekend naar Fur te gaan) met een informatief verhaal, ondersteund door gelikt beeldmateriaal.
Tot besluit van de avond was er applaus en een dankwoord van de waarnemend voorzitter.
Maandag 8 juni 2009
“Bornholm” door Willem Peletier
Op deze laatste verenigingsavond van het seizoen worden de 20 aanwezigen, er zijn afwezigen die al op hun vakantieadres verblijven, verwelkomd door de als plaatsvervangend voorzitter figurerende secretaris.
Mededelingen:
-In 2010 komt “Winterswijk onder de Grond” er weer aan. N.A.C. De Huusker organiseert dit lespakket voor Groep 7 en 8 en vraagt ons of hiervoor nog Mioceen materiaal beschikbaar is. Inventarisatie onder de aanwezigen levert voorlopig weinig op.
-Eerstvolgende bestuursvergadering op 7 juli a.s. bij Cees. Daar komt o.a. aan de orde of er in onze afdeling cursusbehoefte bestaat. En zo ja welke.
-Wie materiaal voor de Freriksdag op 28 juni a.s. beschikbaar wil stellen kan zich bij Cees melden.
-Op deze laatste seizoenavond is er niet alleen gratis koffie met lekkers maar heeft onze penningmeester bovendien hapjes en drankjes meegebracht.
Willem Peletier, die volgens het programma vanavond zijn oude geliefde Bornholm ten tonele zal voeren, begint met de uitleg hoe hij als jong student sociale geografie aan deze geliefde is gekomen. Dit had er o.a. mee te maken dat zijn studie werd onderbroken door twee jaar militaire dienst waardoor hij met zijn aanvankelijke jaargenoten uit de pas ging lopen. En min of meer als solist een eigen weg moest zoeken. Bovendien was hij al enkele keren in Denemarken geweest, had colleges Deense taal gevolgd en vond een eiland als Bornholm een mooi afgebakend en overzichtelijk gebied.
Het Deense eiland Bornholm, ten zuiden van Zweden in de Oostzee, is op meerdere manieren te bereiken, de snelste overtocht via Rügen duurt 3½ uur. Bornholm, iets groter dan de Noordoostpolder, is ruitvormig met een langste diagonaal van ongeveer 40 km en een kortste van zo’n 30 km. Afstanden die goed per fiets te doen zijn, zeker wanneer je nog jong bent en in de Volkshogeschool precies midden op het eiland wordt gestationeerd.
Medio 1959 arriveerde Willem op het eiland dat een omvangrijke plattelandsbevolking kende en waar zijn onderzoek gegevens moest opleveren over de onderwerpen:
1. Interne en externe migratie van de bevolking en de ontvolking van het platteland, o.a. als gevolg van de aanleg van de inmiddels weer verdwenen spoorlijnen (mensen trokken naar dorpjes die bij de stations ontstonden).
2. De landbouw, waarbij de aandacht zich vooral richtte op de verschillen tussen de grotere en de kleinere bedrijven.
3. Eigendom en gebruik van het bos.
Wij krijgen op deze avond te horen over de verrichtingen van Willem op Bornholm zo’n
50 jaar geleden en over het bezoek dat hij met partner Cais twee jaar geleden aan het eiland bracht. Over de contacten met mensen, toen en nu, over de geologie van het eiland in het algemeen en van bepaalde locaties in het bijzonder, over zijn oorspronkelijke verzameling Bornholm granieten die bij uitleen verdween en door zoekakties tijdens de laatste reis weer deels in ere kon worden hersteld. En vanzelfsprekend over het bezoek aan voor geologen interessante plekken.
Welhaast een “must” voor de bezoeker die wil kennismaken met de natuur van Bornholm is het sinds 17 mei 2000 in een nieuw gebouw ondergebrachte Natuurmuseum. De collecties en het gidsje geven een goed overzicht van de geologie, flora en fauna van het eiland. Vanuit het museum kun je naar een breuklijn lopen waar 400 miljoen jaar geleden de aardkorst brak, waarna het noordelijk deel werd opgeheven en het zuidelijk deel wegzonk. Nu grenzen hier gneis en graniet in het noorden en de 600 miljoen jaar oude zandsteen in het zuiden aan elkaar. Hier is ook de grote gesteentetuin van het museum gevestigd.
De ontstaansgeschiedenis van Bornholm begint in het Precambrium, 1700 miljoen jaar geleden. Daarbij spelen zich opeenvolgende processen af als gebergtevorming door botsing van continentale platen, waarbij gesteenten in de aardkorst worden gedrukt waar onder hoge druk en temperatuur omzetting van graniet in gneis plaatsvindt; later in de aardkorst ontstane breuken waarlangs magma omhoogkomt dat tot graniet uitkristalliseert; nieuwe bewegingen in de aardkorst waarbij diabaas ontstaat.
Eerder genoemde zandsteen werd gevormd toen Scandinavië op het zuidelijk halfrond lag en het huidige Bornholm was bedekt door een zandige woestijn. Dat woestijnzand kitte aaneen tot zandsteen.
Het als dieptegesteente gevormde graniet ligt nu op Bornholm aan de oppervlakte en wordt in een aantal groeven ontgonnen. In een granietverwerkend bedrijf dat naast kinderkopjes ook voorwerpen uit verschillende soorten graniet en uit zandsteen produceert kon spreker een nieuwe granietcollectie samenstellen. Bovendien kreeg hij er een uitgebreid overzicht met vindplaatsen.
Het ligt voor de hand dat in een gebied waar zoveel graniet voorkomt deze grondstof ook als bouwmateriaal is toegepast. Zo heeft Bornholm vier zogenaamde rundkirke, in de 12de eeuw gebouwde vestingkerken met granieten muren van soms meer dan een meter dik.
Een bekend verschijnsel op Bornholm zijn ook de van noordoost naar zuidwest verlopende breukdalen die ontstonden als resultante van een reeks geologische gebeurtenissen zoals bewegingen in de aardkorst, vorming van graniet en diabaas; verwering door erosie, werking van gletscherijs.
De opsomming en vertoning van Willem, rijk geïllustreerd met kaartjes en daarbij de waarschuwing dat er niet verzameld mag worden, omvat landschappen, soms met waterval of een vegetatie van Daslook, klippen en door ijs gladgeschuurde wanden, aluinleisteen, groene glauconiethoudende zandsteen, Paleozoïsche fossielen, en wat al niet meer. Teveel om hier gedetailleerd op te sommen. Zelfs een als zwerfsteen op Bornholm terechtgekomen runensteen ontbreekt niet.
Tot besluit mag niet onvermeld blijven dat Willem Peletier ook aan zijn zandverzamelende clubgenoten heeft gedacht. Voor hen bracht hij zandmonsters mee van een strandje bij Gudhjen aan de noordkust van Bornholm en uit Dueodde waar het uiterst fijnkorrelige zand vandaan komt dat als vulling van zandlopers wordt gebruikt.
Gezien de overstelpende hoeveelheid plaatsnamen met daarbij de namen van typelokale materialen die we over ons krijgen uitgestort en ook omdat dit verslag niet is bedoeld als een verkapte excursiegids heeft uw notulist vermelding van benamingen zoveel mogelijk achterwege gelaten.
Maandag 14 september 2009: openingsavond seizoen 2009-2010
Op deze eerste verenigingsavond in het nieuwe seizoen zijn er zes afmeldingen van leden, waarvan er in Australië verblijven dan wel de Friese Elfsteden per fiets aandoen, in de omstreken van Leipzig in de aardkorst liggen te wroeten of elders in Verwegistan vertoeven. Ook is er een ziekmelding van Jan T. die in het Vredense ziekenhuis is opgenomen.
De voorzitter kan 18 aanwezigen verwelkomen die hun vakantie ervaringen uitwisselen.
Door de goede zorgen van de penningmeester is er om te beginnen koffie met koek en tot besluit een drankje met een hartig hapje.
De buiten Winterswijk woonachtige leden kunnen het huisorgaan “Mozaïek” in ontvangst nemen (Winterswijkers kregen het al in de bus) en voor alle aanwezigen is er een gratis exemplaar van “Nieuwe vondsten uit de Winterswijkse Steengroeve”, de publicatie die tot stand kwam naar aanleiding van de afgelopen herfst in de Bibliotheek Winterswijk gehouden expositie. Het boekje bevat een verzameling bijdragen van exposanten.
Op 8 september bezocht uw secretaris het door de gemeente Winterswijk georganiseerde
rondetafelgesprek “Vrijwilligerswerk in Meervoud”. In de discussie hebben zo’n 130, door verschillendsoortige verenigingen afgevaardigde aanwezigen, ideeën aangedragen over het in de gemeente Winterswijk te formuleren vrijwilligersbeleid. De resultaten van het rondetafelgesprek worden verwerkt in een startnotitie.
Het verslag van de bijeenkomst staat op de website van de gemeente: www.winterswijk.nl
en is te vinden door achtereenvolgens te klikken op “politiek”, “rondetafelgesprekken” en “verslag rondetafelgesprek d.d. 8 september 2009”. Ook is er een analyse te vinden onder “rapport van Movisie”.
Er gaan intekenlijsten rond voor excursiesmogelijkheden in het komende seizoen; alles onder voorbehoud:
- Haddorf/Wettringen
- Haminkeln + andere Rijngrinderijen
- Wissel en/of Erlecom
- Sibculo en Wilsum
- Weekend Sauerland (7+8 november)
- België, mineralen (2010)
- Teutoburgerwoud (20+21 maart)
- Höver en Misburg (eind mei 2010)
- Zuid Engeland (Isle of Wight)
- Denemarken, of Gotland, of Bornholm.
Tot besluit van de avond stelt de voorzitter de vraag aan de orde of wij met onze verenigingsavonden in De Huusker moeten blijven of dat er naar een ander onderkomen moet worden omgezien. Sinds wij uit Museum Freriks zijn verbannen moeten we ons behelpen met ruimten die allesbehalve ideaal zijn. Zeker als er meerdere gebruikers in het pand aanwezig zijn en wij de bovenverdieping krijgen toegewezen. Alles moet de trap op worden gesleept, het is er gehorig en in de zomerdag broeierig warm terwijl invallend zonlicht niet is af te blenden zodat diabeelden e.d. nauwelijks te zien zijn.
Het bestuur, dat voltallig ter plekke op onderzoek is geweest, stelt voor te verhuizen naar Café-terras Steengoed, Wesselerweg 3, 7106 CA Winterswijk-Ratum.
In de discussie worden voor- en nadelen opgesomd en uiteindelijk wordt in meerderheid vóór verhuizing naar Ratum gestemd.
De bijeenkomst van 12 oktober zal op Wesselerweg 3 (de zijweg tegenover de Steengroeve) plaatsvinden. Wie dat wil kan naar de parkeerplaats bij De Huusker komen om gezamenlijk naar de nieuwe locatie te rijden. Vertrek 19:30 uur. Ook zal er een “stalwacht” bij De Huusker achterblijven om gasten en/of laatkomers om goed 20:00 uur naar Ratum te loodsen
Maandag 12 oktober 2009
“Geochemie van de Lower Muschelkalk afzettingen in Winterswijk” en
“Grotere Nothosaurus uit de Lower Muschelkalk van Winterswijk” door Dennis Voeten.
We zijn verhuisd en zitten voor het eerst in Cafë-terras Steengoed van de familie Van Beek in Ratum waar de voorzitter om enkele minuten over acht de spreker en 24 toehoorders kan verwelkomen (later komt er nog iemand bij). Na constatering dat de opkomst groter is dan de vorige keer en dat geen van de aanwezigen in het donkere Ratum van de weg is geraakt volgen enkele mededelingen over het wel en wee onder de leden. En dan is het woord aan onze gastspreker: Dennis Voeten uit Breda.
In het eerste thema geeft Dennis zijn visie op het ontstaan van de verschillende lagen in de Winterswijkse Steengroeve en op de geochemische processen die daarbij een rol speelden.
Anders dan de meeste carbonaatgesteenten die vandaag de dag nog ontstaan bestaat de kalksteen van Winterswijk niet uit kalkskeletjes van planktonische dieren of planten. De kalksteen van de Winterswijkse Muschelkalk is ontstaan op de grens van land en zee als bijproduct van fotosynthetische algen die rond de kustlijn leefden. Voor sedimentologen heeft dit belangrijke implicaties; dit afzettingsmilieu kan niet op dezelfde manier geïnterpreteerd worden als primair biogene kalksteen. Daartegenover staat dat de situatie in Winterswijk mogelijkheden biedt om informatie uit deze lagen te halen die je normaal gesproken niet kunt krijgen.
Spreker reikt ons in hoog tempo een geweldige hoeveelheid wetenswaardigs aan uit de algemene geologie, stratigrafie, sedimentologie, herkomst en voorkomen van chemische elementen, diagenese en zo meer. En uiteraard zijn er de kenmerkende eigenschappen van het afzettingsgebied.
De Winterswijkse kalk werd gevormd ten tijde dat de plek die nu Winterswijk heet in een ondiepe zee lag, betrekkelijk dicht bij het vaste land. Het is het oudste voorkomen uit het Germaanse Muschelkalk- gebied en de kalk uit de Winterswijkse Steengroeve kent geen hedendaagse analoog.Er wordt uitvoerig ingegaan op de qua vorming en samenstelling sterk verschillende lagen die onder een hoek van 21º wegduiken; Henk Oosterink voorzag elke laag ooit van een nummer en Dennis Voeten komt met karakteristieke benamingen als “bottenlaag”, “loodlaag”, “rode laag”, enz. Bij een naam als bottenlaag moet niet aan geweldige opeenhopingen van skeletmateriaal worden gedacht maar aan af en toe een geïsoleerd botje, soms scheef in de laag (die is gevormd als tempestiet). Loodlaag slaat op het als schubjes in de laag voorkomende galeniet (loodglans).
Aan de elementen die met geavanceerde meetmethoden in het materiaal kunnen worden opgespoord en gekwantificeerd kunnen conclusies worden verbonden. Aluminium en titanium zijn typisch voor terrigene fracties, d.w.z. dat ze van het land afkomstig moeten zijn en door de wind of door rivieren naar zee getransporteerd. Natrium, calcium en magnesium daarentegen duiden op mariene vorming. IJzer is gevoelig voor redoxreacties, strontium is erg mobiel. Met behulp van zulke indicatoren zijn interpretaties over het ontstaan van het gevonden materiaal mogelijk.
Spreker toont een grote hoeveelheid grafieken (uit verrichtte metingen) waaruit o.a. correlaties tussen verschillende elementen zijn aan te tonen. Zwaardere mineralen lijken zich sterker te concentreren rond de bottenlaag dan rond de rode lagen. Om primaire en secundaire diagenese en erosiehiaten te visualiseren is gebruik gemaakt van XRF techniek. Amateurgeologen die verlekkerd beluisteren dat door dit onderzoek in de Steengroeve o.a. exotische mineralen als Kutnahoriet (een calcium-mangaan carbonaat vernoemd naar het Tsjechische Kutnahora) zijn aangetoond dienen te bedenken dat het hier niet om handstukken van formaat gaat maar dat het minuscule minerale sporenelementen betreft.
Na de pauze vervolgt Dennis met een tweede thema waarin niet de mineralen maar fossielen centraal staan. In het bijzonder gaat het hierbij om vragen rond het voorkomen van een grotere Nothosaurus uit de Onderste Muschelkalk van Winterswijk, het onderwerp waarop spreker enkele jaren geleden afstudeerde. “Gearticuleerde vondsten van Sauropterygia zijn in Winterswijk vrij zeldzaam. Dit komt door de aard van het afzettingsmilieu en maakt het verkrijgen van inzicht in de afzonderlijke soorten erg lastig. Om dit probleem te ondervangen is een statistische analyse gedaan op geïsoleerde botten uit het postcraniaal van Nothosaurus ten einde vast te stellen of er aan de hand van grootteklassen uitspraken gedaan kunnen worden over het voorkomen van verschillende variëteiten binnen het genus Nothosaurus”, aldus spreker. Anders gezegd: hoeveel naast elkaar levende Nothosaurussoorten telt de Winterswijkse Muschelkalk.
De snelle ontwikkeling van de Sauropterygia kon plaatsvinden nadat zo’n 251 miljoen jaar geleden jaar liefst 96% van alle mariene soorten uitstierven. Van de Nothosauridae (=bastaardhagedissen) zijn uit de Winterswijkse Muschelkalk bekend: N.marchicus, N. winterswijkensis (vooral uit laag nr.9, de “bottenlaag”) en sinds kort ook N. winkelhorsti. Door een grote hoeveelheid fossiele Nothosaurus-botten uit Winterswijk als scapula, pubis, ischia, femora, humerus e.d. te meten en te vergelijken met het N. Raabi-skelet zijn de afmetingen van de dieren te herleiden. Ribben zijn niet in de meting betrokken omdat bij de vondst van een los exemplaar onbekend is om welke rib het precies gaat. Maar de vondst van 50% tot 75% grotere skeletdelen dan die van N. Marchicus leidt tot de conclusie dat er een ongespecificeerde grotere Nothosaurus in de Winterswijkse Muschelkalk leefde.
Dennis Voeten laat horen dat hij een kundig en begeesterd verteller is die ook met een ingewikkelde materie goed uit de voeten kan. Hij krijgt een welverdiend applaus, een dankwoord van de voorzitter en de gebruikelijke enveloppe.
Maandag 14 december 2009
“Herculanean sites” door prof. dr. Bert Boekschoten.
De voorzitter kan 36 toehoorders welkom heten, waaronder maar liefst 13 gasten. Negen van hen zijn op enigerlei wijze verwant aan de spreker en onder aanvoering van broer Henk Boekschoten vanuit het Wooldse logiesadres naar Ratum getrokken. Een ongewoon grote supportersschare.
-Jan Drent was op 17 november 40 jaar afdelingslid en trakteert op gebak bij de koffie.
-Het december nummer van Mozaïek is uit, sommigen nemen een extra exemplaar mee om dat bij een bekende te bezorgen.
-Voor de in G&H aangekondigde cursus Gesteenteherkenning (Fred en Edy meldden zich hiervoor aan) zijn alleen op de maandagen nog plaatsen vrij.
-Er is besloten begin juli 2010 een excursie naar Gotland te houden. Wie mee wil en zich nog niet heeft aangemeld wordt verzocht dit z.s.m. te doen.
-Met de vermelding van de koffie- en theeprijs (€ 0,85 per kop) besluit de voorzitter zijn mededelingen en kan prof. Boekschoten aan zijn voordracht beginnen.
Aanvankelijk zou het thema “aardwarmte” aan de orde komen, vervolgens werd de titel veranderd in “Zeilen naar fossielen” met als ondertitel “Vindplaatsen onder lavastromen op Atlantische eilanden”. Uiteindelijk is dat laatste geëvolueerd tot “Herculanean sites”.
Daarmee doelt spreker op Atlantische eilanden en eilandjes waar vulkanen lava en as uitstootten en daarmee stranden en andere delen bedekten zodat alles dat op en in dat strand leefde op slag werd afgedekt en geconserveerd.
Het openscheuren van de Atlantische Oceaan, zo’n 150 miljoen jaar geleden, en het uiteen drijven van de continenten ging gepaard met vulkanisme. De destijds en ook later uitgestoten producten zijn op de huidige eilanden te vinden. Bij dit oceanisch vulkanisme werd en wordt geen kiezel afgezet maar bazalt, dat zowel op IJsland, Madeira als de Canarische Eilanden voorkomt. Het gevolg zijn zwarte stranden zoals die van de Canarische eilanden. Maar de toerist wil liever geen zwart strand want dan wordt ie vies. Daarom zijn stranden op Tenerife met uit Marokko gehaald wit zand opgehoogd.
Ook dichter bij huis zijn plaatsen te vinden waar vulkanisme sporen naliet, zoals in de omgeving van Neuwied bij Koblenz, of in de Waddenzee waar tussen Harlingen en Vlieland een vulkaanlichaam ligt dat kompasafwijkingen veroorzaakt en in de jaren 70 van de vorige eeuw zelfs tot Kamervragen leidde. Maar de Atlantische eilanden, soms zijn het slechts speldenprikken in de oceaan, zijn minder of in het geheel niet gecultiveerd waardoor ze hun natuurlijke status hebben weten te behouden. Dat maakt ze aantrekkelijk als reisdoel van onderzoekers. Daar komt nog bij dat ze mooi ver weg liggen en dat er interessante vondst-mogelijkheden zijn. Zo zijn er complete broedkolonies van vogels, eieren, landslakken, amfibieën (een diersoort die niet tegen zout water kan) fossiel aangetroffen.
De paleontoloog Boekschoten deed samen met de biologe Hanneke Meijer onderzoek op het eilandje Salvagens, dat tot de Portugese Madeira-archipel behoort, hoewel het dichter bij de Canarische Eilanden ligt. Het is een onbewoond eilandje van ongeveer 2 bij 1,5 km. Wie het op een luchtfoto wil zien kan terecht op www.panoramio.com/photo/18969807.
Salvagens heeft een fonolietische ondergrond, strandjes overdekt met lava en afzettingen uit Onder Mioceen tot Boven Oligoceen. Er is geen oppervlaktewater en er groeit alleen wat boomtabak; de fauna bestaat uit muizen, heel kleine konijnen, gekko’s en hagedissen.
Ondanks de opmerking dat fossielen mooier zijn dan levende beesten, weet spreker ons uitvoerig te informeren over de ter plekke aanwezige fauna. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat dit te danken is aan de invloed van de reisgenote.
Salvagens is een broedplaats van stormvogels. Een heel bijzondere vogel die 10 maanden op zee leeft, zeewater drinkt en zout-kristallen kan uitscheiden. Ongeveer 2 maanden zijn ze op het eilandje, om te nestelen, één ei te leggen en het kuiken op te voeden tot zeewaardig vlieger. Stormvogels weten enorme vetreserves op te bouwen, noodzakelijk om de dagen waarop er geen visje kan worden verschalkt te overleven. Door dat vetgehalte zijn ze in het verleden zelfs in de traanketels van walvisvaarders terecht gekomen. Een bizarre toepassing was ook stormvogels te vangen, de nek om te draaien en te drogen, ze daarna in het geheel op een stok te spiesen en in brand te steken. Door hun vetgehalte brandden ze als een fakkel (en als zodanig werden ze dan ook gebruikt).
Uiteraard toont spreker ons met gepaste trots afbeeldingen van het door hem gevonden fossiele ei. Verder horen we over de landschappelijke en biologische bijzonderheden van de Madeira-archipel, de Canarische Eilanden in het algemeen en Fuerteventura in het bijzonder, de Azoren en de Kaapverdische Eilandan en over de invloed van het oceanisch vulkanisme bij dit alles.
Met de vraag waar alle onderzoek goed voor is en de vaststelling dat evolutie inmiddels is geëvolueerd tot iets dat Darwin niet heeft kunnen voorzien komt professor Boekschoten tot de conclusie dat eilandprocessen niet zoveel zeggen; elders verlopen processen anders.
De schildpadden op de Galàpagoseilanden blijken zich op elk eiland te hebben ontwikkeld volgens een daar gangbaar patroon; mogelijkheden tot kruising buiten de eigen familie ontbreken, inteelt is op termijn onvermijdelijk. Er kunnen per eiland specifieke aanpassingen c.q. verschillen ontstaan. De dodo, de grote vogel die niet kon vliegen is een curiositeit, een extremiteit die als resultante van het isolement op een eiland (Mauritius) kon ontstaan.
Met voorbeelden van waterhoentjes, schedels uit Georgië, paarden die uit Afrika naar Azië migreerden en weer terugkeerden naar Afrika tot aan de mogelijkheid van lijgers en teeuwen toe onderstreept spreker dat evolutie niet volgens stamboommodellen verloopt maar voor succes afhankelijk is van voortdurende migratie en kruising.
Het belang van onderzoek op eilanden dat relevante informatie kan opleveren blijft feitelijk beperkt tot oceanische vogels en trekvogels.
Bert Boekschoten die zijn kennis en ervaring in een smakelijk opgediste voordracht heeft weten te verpakken komt een warm applaus en een dankwoord van de voorzitter toe.
Maandag 8 februari 2010
Jaarvergadering met Vondst van het Jaar-verkiezing.
De winter weet van geen wijken; er staat een straffe koude wind maar anders dan vorige maand, toen de bijeenkomst wegens sneeuwval moest worden afgelast, kunnen we dit keer over sneeuwvrije wegen de locatie van onze bijeenkomst in Ratum bereiken.
Voor de 22 aanwezigen is er voor rekening van de clubkas koffie en thee met een zoete traktatie van voorzitter Ehlers die hiermee zijn 40-jarig lidmaatschap een feestelijk tintje geeft.
Om 20:20 uur opent de voorzitter de jaarvergadering onder vermelding dat Hans Kroes en Rigt van der Kooi zich hebben afgemeld. De voorliggende agenda wordt ongewijzigd gevolgd.
Voor de leden ligt er een geactualiseerde ledenlijst plus het eerste nummer van Mozaïek 2010.
Onjuistheden in de ledenlijst worden in een volgende uitgave gecorrigeerd.
Er is een uitnodiging tot deelname aan de “geologische markt” tijdens de Geologische Contactdag op zaterdag 6 maart a.s. in Utrecht. Voor programma zie www.geologischevereniging.nl.
Van de gemeente Winterswijk is informatie ontvangen over de landelijke actie “NL Doet” op 19 en 20 maart 2010. Wij kunnen dan klussen laten uitvoeren door vrijwilligers maar hebben helaas geen passende bezigheden in de aanbieding.
Verder wordt gemeld dat er enkele rekeningen zijn binnengekomen, dat jeugdleden niet ouder zijn dan 18 jaar en dat Edy en Fred, aansluitend op hun geslaagde gesteentecursus nu vlijtig een training mineralendeterminatie volgen en deze warm aanbevelen.
Het jaarverslag van de secretaris en de jaarcijfers van de penningmeester (gepubliceerd in Mozaïek, waarin ook de jaarverslagen van de Werkgroep Muschelkalk en van de Zwerfstenenwerkgroep zijn opgenomen) geven de vergadering geen aanleiding tot inhoudelijke op- of aanmerkingen.
Het kalenderjaar 2009 kon worden afgesloten met een batig saldo van € 1704,97.
De kascontrolecommissie bestaande uit Edy Kwak en Ben Hofs heeft de boekhouding gecontroleerd en in orde bevonden. Onder applaus wordt aan penningmeester en bestuur decharge verleend voor het gevoerde beleid.
De vergadering gaat akkoord met de begroting 2010.
Als opvolger van Ben Hofs die aftredend is wordt Anna Wil Rumpt in de kascontrolecommissie benoemd.
Voor het aftredende en niet-herkiesbare bestuurslid Peter Peters is geen opvolger gevonden.
Peter heeft zich evenals vorig jaar alsnog voor de duur van één jaar herkiesbaar gesteld en wordt onder dank van bestuur en leden herkozen.
In de dit seizoen nog resterende vier verenigingsavonden krijgt 12 april een andere invulling. De in januari wegens sneeuwval geannuleerde Eric Mulder krijgt dan een herkansing en komt alsnog met zijn Darwin voordracht. De rest van het seizoen wordt volgens plan afgewerkt.
Op 20 en 21 maart gaan we met Thomas Stüwe op excursie naar Neu Beckum en Ennigerlo.
Van 7 t.e.m. 13 juli (zomervakantie) is er een excursie naar Gotland.
Verdere excursieplannen worden per e-mail verzonden.
Tijdens de Freriksdag op zondag 20 juni, worden ons 2 kramen ter beschikking gesteld. Onze voorzitter, die op die dag afwezig zal zijn, roept candidaten voor een standbemanning (m/v) op.
Er wordt medewerking verleend aan twee exposities, één in Buitenpost (4 april tot eindoktober) en een andere in het Aaltens museum (25 okt.-19 dec.).
Onze afdeling verzorgt zelf een expositie in de periode oktober-november 2010 in Museum Freriks. Inrichting vanaf maandag 27 september 2010. Het bestuur zal exposanten benaderen en Jan Tjalkens wil het tentoongestelde op uniforme wijze van teksten voorzien.
De Werkgroep Muschelkalk zal evenals in 2009 ook in 2010 weer de open dagen, excursies en opgravingen in de groeve van de B.V. Winterswijkse Steen- en Kalkgroeve verzorgen. De open dagen op de 1ste zaterdagen van april t.e.m. oktober en geologische excursies in de maand augustus.
Op 7 en 14 augustus is de groeve in gebruik voor een musical en komen open dag en excursies te vervallen.
Tijdens een bijeenkomst op 30 januari 2010 in Bonn heeft de werkgroep bedongen dat de vondsten uit de opgravingen in 2010 en 2011 in Winterswijk blijven.
De Zwerfstenenwerkgroep komt op de derde maandag van de maand bijeen in Museum Freriks (niet in juli en augustus) om meegebrachte vondsten te ontraadselen. Belangstellenden zijn welkom.
De aan de leden voorgelegde vraag of bij de invulling van het komende seizoenprogramma een avond moet worden ingeruimd voor behandeling van één of enkele onderwerpen uit de algemene geologie, leverde relatief veel positieve, maar zeer uiteenlopende reacties op. De vergadering kiest niet uit de opgesomde onderwerpen maar geeft het bestuur vrij baan.
Bij de rondvraag roept Edy Kwak op tot applaus voor de organisatoren van een mooi geologie-jaar. Willem Peletier heeft een inkijkexemplaar van de onlangs verschenen Cultuurhistorische Atlas Winterswijk meegebracht. Ook in maart zal hij dit lijvige boekwerk (formaat 40 x 30 cm) nogmaals ter inzage meetorsen, daarna niet meer. De atlas is bij Willem te bestellen tegen ledenprijs.
Na sluiting van de jaarvergadering en een korte koffiepauze volgt de Vondst van het Jaar-verkiezing.
Er zijn 19 vondsten ingebracht, meest fossielen en enkele mineralen, die voorzien van de nummers
1 t.e.m. 19 worden uitgestald. Alles wordt tot één categorie gerekend. De aanwezigen krijgen een stembiljet waarop ze aan 3 stukken punten kunnen toekennen. Het stuk dat de meeste punten weet te verzamelen is winnaar.
Een vondst van onze voorzitter, een fossiel houtstuk met boorgangen, eindigt met 64 punten op de eerste plaats. Herman Winkelhorst behaalt plaats 2 en 3, Jan Drent bezet de 4de plaats en Herman Memelink de 5de. Eerstgenoemde Herman vindt het te gek om met twee prijzen thuis te komen en stelt daarom een van zijn gewonnen prijzen beschikbaar voor een 6de plaats. Die komt vervolgens terecht bij Wil Coster.
Willem Peletier heeft voor prijzen gezorgd die dit jaar bestaan uit geologische literatuur. Wie op de eerste plaats eindigt mag daaruit als eerste een keuze maken, vervolgens de tweede; enz.
De ingebrachte 19 stukken zijn zonder uitzondering van bijzondere kwaliteit. Voor degenen die niet in de prijzen zijn gevallen daarom op deze plaats een eervolle vermelding.
Maandag 8 maart 2010
Cees begint met wat mededelingen:
Excursies.. 10 april Groeve Haminkeln hier hebben zich 10 personen voor opgegeven.
15 mei Haddorf en Wettringen hier kan men zich nog voor opgeven.
Dhr v Pelt begint zijn lezing met als titel :
SiO2 De wonderlijke wereld van……….
Ja het gaat over kwarts.
Kwarts komt in allerlei kleuren en variëteiten voor. Dat maakt het en aantrekkelijk mineraal om te verzamelen,de koning van de kwarts familie is het Bergkristal.
Kwarts wordt ook in de industrie veel gebruikt. Hier word dit mineraal kunstmatig gekweekt.
Enkelen voorbeelden van gebruik zijn : horloges, zonnecellen, sieraden,emailles, Silicium voor chips.
Kunstmatig kweken van kwarts gaat onder zeer hoge druk en met hoge temperaturen. Kwarts en water worden samen gevoegd met een oplosmiddel. Dan is het een kwestie van tijd. Er worden dan plakken van gezaagd onder verschillende hoeken afhankelijk van het gebruik.
Kwarts wordt overal ter wereld gevonden in zeer zuivere voorkomen, enkel hiervan zijn Noorwegen waar het in grote bollen voorkomt en China waar het in enorme brokken naar boven gehaald word voor de industrie.
De definitie van mineraal is :
- de chemische samenstelling is omschreven
- de kristal eigenschappen zijn omschreven
- gevormd door geologische processen.
- niet amorf
- goed gekeurd door IMA-CNMMN sinds 1959
De naamgeving is vaak afhankelijk van de vindplaats, ontdekker of prominent persoon.
De kleur de kristal vorm en compositie van een stuk met kwarts, de perfectie van een stuk en zeldzaamheid hebben veel mensen zover gekregen om kwarts te gaan verzamelen. Verder is natuurlijk het vergaren van kennis, hebzucht, genieten van de schoonheid, of streven naar volledigheid van een verzameling kwarts de drijfveer om dit mooie mineraal te verzamelen.
De geschiedenis van kwarts begon tijdens de continenten drift. De Afrika plaat drukt tegen Europa. Tijdens dit proces komen enorme temperaturen en druk vrij. Kwarts lost vrij goed op, kluften worden gevuld met de oplossing . De korst wordt naar boven geperst koelt af en de oplossing slaat neer. Resultaat Kwarts. De kristallen kunnen blijven groeien door omgevings vloeistoffen die in blijven stromen. Hierbij is het dan wel dat bij verschillende temperaturen een ander mineraal de kwarts vergezeld. Dit proces had ongeveer 22 tot 17 miljoen jarten gelede plaats.
Een zuivere kwarts is kleurloos , maar kleur maakt juist mineralen aantrekkelijk en mooi. Deze kleur wordt veroorzaakt door insluitsels van andere mineralen, of structuur fouten en vloeistoffen.
Aan het eind van de lezing wordt Dhr V Pelt bedankt middels een applaus en een dank woord van Cees.
Het was een boeiende lezing die een onbekende wereld opende.
Maandag 12 april 2010
“Darwin doorgelicht” door Eric Mulder.
Na een welkom aan spreker en 25 toehoorders komt voorzitter Ehlers met de mededeling dat het tijdens de excursie naar het Teutoburgerwoud op 20 en 21 maart nat en koud was en afgelopen zaterdag 10 april in het Rijnland zonnig en aangenaam.
Meteen na deze kortste opening sinds jaren kan Eric Mulder van start gaan om Darwin voor ons te belichten.
In zijn voordracht beperkt Eric zich niet tot de evolutietheorie, zoals Darwin die opstelde, maar neemt hij ons mee door de genetica, biologie, geologie en wat er verder zoal aan heeft bijgedragen om tot onze huidige inzichten te komen.
De geschiedenis van de erfelijkheidsleer kent een aantal markante jaartallen, namen en feiten:
-1735 Carolus Linnaeus (Carl von Linne) publiceert zijn “Systema Natura”. In een eerste uitgave van 11 pagina’s worden drie natuurrijken omschreven: dierenrijk, plantenrijk en mineralenrijk.
In daarop volgende drukken worden verbeteringen aangebracht en ontstaat uitbreiding en verfijning. Het dierenrijk wordt onderverdeeld in 6 klassen en verder in orden en soorten,
(“soort” staat voor een groep identieke exemplaren die zich kunnen vermeerderen).
-1753 Linnaeus publiceert “Species Plantarum”, dat sinds 1905 wordt aangemerkt als het begin van de botanische nomenclatuur en systemen.
-1758 De 10de druk van “Systema Natura” verschijnt; daarin zijn de walvissen verplaatst van de vissen naar de zoogdieren. Linnaeus had ook de mens al bij de zoogdieren ingedeeld en niet, zoals tot dan toe gebruikelijk, als op zichzelf staand wezen beschouwd.
Deze 10de druk uit 1758 geldt als het begin van de zoologische nomenclatuur.
-1794 De Franse wetenschappers Geoffroy Saint Hilaire en Georges Cuvier werken gezamenlijk de theorie “Unity of composition” verder uit.
-1809 Geboorte van Charles Robert Darwin als zoon van de rijke arts Robert Darwin en diens vrouw Susannah Wedgwood (ja, inderdaad, van het aardewerk).
-1831-1836 Darwin maakt met het schip de Beagle een onderzoeksreis naar Zuid Amerika,
Australië, zuidelijk Afrika en eilandengroepen zoals de Galapagos. Hij onderzoekt planten en dieren waarbij hij fossiel materiaal gebruikt als een soort van archief, om levende dieren te kunnen vergelijken met uitgestorven soorten en omgekeerd.
Overigens: de Darwin-vinken op de Galapagos zijn wel naar hem genoemd maar niet in zijn onderzoek gebruikt.
-1855 Alfred Russel Wallace komt als eerste met een zelfstandig ontwikkelde evolutietheorie die wordt gepubliceerd in Vol. 16 van het Britse “The Annals and Magazin of Natural History”.
-1859 Darwin heeft de tijdens en na zijn reis ontwikkelde evolutietheorie (verandering van soorten door natuurlijke selectie) lang voor zich weten te houden. Voortdurend wikkend en wegend overwon hij zijn twijfels pas na lezing van Russels’ theorie. Op aanraden van vrienden verscheen Darwins “On the Origin of Species”, het werk dat hem nog tijdens zijn leven wereldberoemd zou maken. Darwin komt daarin tot de theorie dat:
1. Aantal nakomelingen groter is dan aantal ouders.
2. Populaties even groot blijven.
3. Er variatie is binnen soorten.
4. Bepaalde eigenschappen erfelijk zijn.
-1866 De monnik Gregor Mendel publiceert de erfelijkheidswetten. Na langjarige bestudering van de overerving van eigenschappen bij erwten in zijn toenmalig Oostenrijkse kloostertuin stelt hij daar een theorie over op. Mendels naam is een begrip in de biologie. Hij is vaker de vader van de genetica genoemd.
-1869 De Zwitserse biochemicus Johann Friedrich Miescher ontdekt een stof die later DNA zou worden genoemd. De chemische structuur van DNA bleef nog lange tijd onbekend.
-1944 De fysicus Erwin Schrödinger publiceert “What is life”, een studie waarin wordt beredeneerd waaruit erfelijk materiaal zou moeten bestaan.
-1952 Onderzoek toont aan dat DNA de drager van erfelijke eigenschappen is.
-1953 De correcte chemische structuur van DNA wordt uiteindelijk door onderzoek bepaald en gepubliceerd in het tijdschrift Nature van 25 april 1953. De onderzoekers Watson, Crick en Wilkins ontvangen hiervoor in 1962 een Nobelprijs (Rosalind Franklin die het onderzoek feitelijk in gang zette, was toen al overleden).
Eric Mulder vertelt zijn verhaal zeker niet als een dorre chronologie; hij voorziet ons van een bijna niet bij te benen hoeveelheid details. Boeiende details die gaan over chromosomen, eicellen, zaadcellen en waarom er seks is, maar ook over pantoffeldiertjes, straalvinnige vissen die twee maal zoveel DNA bezitten als gewervelde dieren, fruitvliegjes en over de genen. Over bouwpakket genen, hox genoom duplicatie en mutaties bij embryogenese.
En passant wordt uitgelegd hoe genen van bloemkool met die van paksoi tot de vorming van koolzaad kunnen leiden.
Zijn enkele malen herhaalde opmerking dat dit alles tot de gewone middelbare schoolkennis moet worden gerekend wordt door menigeen met argwaan aanhoord.
Door spreker wordt een tweetal boeken als zeer lezenswaardig aanbevolen:
- Neil Shubin: “De vis in ons”; een reis door 3,5 miljard jaar geschiedenis van het
menselijk lichaam.
- Dr. Aaron G. Filler: “The upright Ape”.
Om ons ervan te overtuigen dat vogels van dino’s afstammen heeft Eric een bij de poelier aangeschafte geplukte kip meegebracht. Daarmee demonstreert hij de overeenkomstige motoriek van beide diersoorten. Aardig is ook te horen dat ondanks de bij vogels ontstane snavel de mogelijkheid van tanden latent aanwezig is gebleven. Men is er zelfs in geslaagd in embryonale staat de aanmaak van tandjes aan te tonen.
Wellicht schept dat perspectieven voor de bij de mens tot staartbeen gereduceerde staart.
Tot slot wordt ons de boomspitsmuis voorgehouden die tot de vroegste zoogdieren kan worden gerekend. Op een afbeelding is te zien dat het oor van het diertje precies dezelfde vormen heeft als een menselijk oor. Genetisch moet onze soort dus iets muizigs in zich hebben.
Laat het voor de middelbaar geschoolden een opfriscursus zijn geweest (zoals de spreker veronderstelt), de meerderheid deed nieuwe inzichten op tijdens een uiterst informatieve presentatie.
Voorzitter Ehlers dankt Eric Mulder voor de voortreffelijke wijze waarop hij dit moeilijke onderwerp over het voetlicht heeft weten te brengen.
Maandag 10 mei 2010
“Aardkundige waarden in Utrecht, van de bestuurlijke kant bezien” door Jhr. P.A.C. Beelaerts van Blokland.
De secretaris, die de door Amerika toerende voorzitter vervangt, kan op deze voorlaatste verenigingsavond van het seizoen in totaal 27 aanwezigen verwelkomen. Een bijzonder welkomstwoord is er voor de gastspreker, jonkheer Pieter Beelarts van Blokland en voor zijn echtgenote die met hem is meegekomen naar Winterswijk.
Aangezien op de laatste verenigingsavond van dit seizoen behalve de voorzitter ook de secretaris ontbreekt is besloten dat Willem Peletier op 14 juni , als waarnemend voorzitter zal fungeren; Herman Winkelhorst gaat de presentielijst invullen en Edy Kwak zal worden gevraagd een verslag(je) van zijn voordracht te maken (t.b.v. archief en Mozaiek) en aan de secretaris te mailen.
Tijdens de “Freriksdag 2010” op zondag 20 juni zullen Cees en Will nog steeds afwezig zijn.
Rigt v.d. Kooi en Hans Kroes willen evenals in voorgaande jaren één kraam runnen en Jan Tjalkens meldt zich als candidaat voor de andere kraam. Hij zal daar z’n eigen spullen aan de man brengen. De aanwezigen gaan hiermee unaniem accoord. Jan neemt het voor dit doel beschikbare, door Cees achtergelaten reclamemateriaal onder zijn hoede.
De spreker van vanavond, de heer Beelaerts van Blokland studeerde sociale geografie en Nederlands recht in Utrecht (uit die periode kent hij Willem Peletier) en begon daarna aan een burgemeestersloopbaan die hij enkele keren onderbrak. In het eerste kabinet Van Agt was hij minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en daarna kortstondig Tweede Kamerlid. In 1985 werd hij benoemd tot Commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht. Daarbij en daarnaast vervulde en vervult hij talloze ere- en nevenfuncties, op zowel partijpolitiek, maatschappelijk als kerkelijk gebied als op het terrein van landinrichting en ruimtelijk beleid.
Het is niet verwonderlijk dat een edelman met zo’n opleiding en carrière affiniteit heeft met aardkundige waarden in het algemeen en met die van de provincie Utrecht in het bijzonder. Begin vorig jaar hadden we Wim Hoogendoorn te gast die als “landschapsgeoloog” was verbonden aan de provincie Utrecht; hij vertelde over de kenmerkende eigenschappen van aardkundig waarden en over het voorkomen ervan in zijn provincie.
Als vervolg daarop komt Beelaerts van Blokland ons inzicht verschaffen in een aantal politieke en bestuurlijke aspecten die een rol (kunnen) spelen teneinde een landschap of landschappelijk element de status van (beschermd) aardkundig monument te verlenen.
Alvorens dit onderwerp aan te roeren krijgen we eerst te horen over de bemoeienis van spreker, als voorzitter van het Nationaal Comité, met Canadese veteranen uit WO II, die dit jaar voor de laatste keer deelnemen aan onze 5 mei-viering.
Ook worden we bijgepraat over het behoud van N.S. station Winterswijk; over het in onze gemeente verrezen grote woonwagenkamp en streekziekenhuis en over meerdere zaken waarin Beelaerts van Blokland in het verleden de hand had. Met daarbij de opmerking dat een minister binnen zijn eigen budget veel macht heeft en daarbuiten weinig heeft in te brengen.
Spreker houdt ons voor dat een landschap altijd beleving oplevert en geeft voorbeelden van aardkundig erfgoed en van maatregelen om het behoud daarvan te waarborgen. Nationaal Park de Utrechtse Heuvelrug wordt genoemd evenals het Leersumse Veld. Dat laatste kon ontstaan door particulier initiatief waarbij ook de grond particulier werd aangekocht.
Wie voor een aardkundig monument een beschermde status wil verwerven moet behalve een goed idee ook medestanders hebben en een volhouder zijn. Het is noodzakelijk een beheers- en inrichtingsplan te maken dat inzicht geeft in wat er zoal moet gebeuren.
Kies daarbij voor een plan dat daadwerkelijk tot stand kan worden gebracht, rekening houdend met belangen van grondeigenaren, gemeenten, het rijk, waterschappen, spoor-, auto- en waterwegen, organisaties die zich bezighouden met natuur en landschap enz.. Houdt daarbij vooral ook rekening met het feit dat in Nederland één enkele burger alles kan tegenhouden.
maandag 14 juni2010
De wereld van wind- en waterkeien
- een oppervlakkig onderzoek van keien waar iets mee aan de hand is -
deel 1: windkeien
Op maandag 14 juni werd bovengenoemde wereld ontsloten door ons eigen lid Edy Kwak.
Na een mini college over gesteente, mineraal en ontstaanswijze van gesteenten in het algemeen kwam het transport van gesteente door wind, water en ijs aan de orde.
Hier kwamen we aan bij het hoofdthema van deze lezing nl. windkeien als gevolg van de werking van wind op gesteenten.
De ontstaanswijze, het klimaat en de periode waarin windkeien zijn ontstaan, het Weichselien, de tijdsduur die het vormingsproces inneemt , de mogelijke vormen die daaruit ontstaan, en tot slot mogelijke vindplaatsen van deze keien werden met duidelijke illustraties en foto's aan het publiek overgedragen. De spreker had een tiental fraaie windkeien uit eigen collectie meegebracht en het publiek mocht uit een grote hoeveelheid overtollig materiaal zelf enkele windkeien uitzoeken en meenemen.
Na de pauze werden veel foto's van allerlei vormen en afmeting van windkeien vertoond en toegelicht. Ook voorkomende kleine putjes en grotere uitslijpingen (taffonis) kwamen aan de orde.
Tot slot liet de spreker aan de hand van de wetmatigheden uit de aerodynamica zien hoe de vorm van windkeien kan worden verklaard maar ook worden voorspeld.
De moeilijke materie werd met simpele voorbeelden duidelijk gemaakt en met enige humor gelardeerd. Iedereen ging met basiskennis over windkeien en een goed gevoel naar huis.
Het was een mooie afsluiting van ons seizoen en we kijken al uit naar deel 2: waterkeien
|