NGV afdeling MaasWaarden



 

Publicaties van NGV afdeling MaasWaarden


  • Hoofdpagina MaasWaarden
  • Activiteiten
  • Lidmaatschap van de afdeling
  • Contact Informatie
  • Locatie
  • Links

  • Publicaties
  • Afdelingsblad
  • REISVERSLAG NAAR ZWEDEN (Deel 1)
  • Reisverslag naar Zweden (deel2)

  • Publicaties

    REISVERSLAG NAAR ZWEDEN (Deel 3)



    De maandag rond de middag pakten de wolken zich samen. Maar toch kozen we in de striemende regen richting Rövarekulan een Natuurbeschermingsgebied te rijden. Na op de parkeerplaats onze boterhammen met een kom soep weggespoeld te hebben, werden we overvallen door een hoosbui die ons het volgende kwartier in de auto vast hield.
    Het is een rivierdal waar aan de overkant van de ongeveer 4-6 meter brede maar ondiepe bedding een steile wand met allemaal dunne laagjes zo`n 6-12 meter steil oprijst. Dat was dus de Colonus schiefer. We hebben wel een klein uurtje langs het water en via een brug er over rondgewandeld maar het is een erg nadrukkelijk beschermd gebied en dat respecteren we dan ook, al hoopten we stiekem wel ergens een storthoop materiaal te vinden.“Dus niet”.
    Dan maar verder naar Klinta, we verreden ons direct doordat de afstanden niet erg groot waren in het door ons uitgekozen gebied. Daardoor kwamen we uit bij een prachtige Standerdmolen, de eerste die ik in Scandinavië heb gezien. Daar moest ik als molenaar toch wel even voor stoppen en na de noodzakelijke plaatjes toch maar terug naar de Klintakust.
    Hier had ik op een wandelkaart enkele wandelroutes gezien, óók daar kwamen we er achter, dat het allemansrecht niet voor alle Zweden rechtsgeldig is want ze planten wel heel nadrukkelijk borden PRIVAT aan in- en uitgangen dat het niet mis te verstaan is. Ook bij persoonlijk vragen werd het verboden om daarvan gebruik te maken.
    Uiteindelijk maakten we een kilometerslange boswandeling langs de kuststrook met als resultaat één knetterhard blok met wat Gastropoden of zo, dat is me nog niet helemaal duidelijk, maar vooral tientallen schitterende foto`s van paddestoelen, waanzinnig mooi als je die dingen van dicht bij bekijkt. Veel toch, er zijn ook ronduit lelijkerds bij..... maar die hebben we onder ons ook niet waar?
    Kortom de genoemde kliffen van Klinta werden bezocht, de gehele kustlijn is volgebouwd en waar we onderlangs liepen was het ook vol gegroeid en daar houdt het op.
    Het was inmiddels 17.30 uur en we moesten nog een locatie aandoen bij Lunnarna, daar zou een kleine groeve vlak langs de weg - maar wel moeilijk - te vinden zijn. Het beekdal waarnaar verwezen werd hebben we gevonden en het hele bos is door ons doorkruist. Er was een kuil van 10 x 6 meter vol vies stinkend zwart water, die als paddenpoel dienst deed en waar behalve enkele boven water uitstekende stenen niets te zien was dat op fossielen leek, dus dat hoofdstuk is door ons daar ook afgesloten.
    Een magere fossielendag met prachtige foto`s.
    Intussen is het al dinsdag 05 september en onze tent staat nog rotsvast na een hele nacht stevige wind. Bij een temperatuur van 18° eerst briefkaarten posten en telefoonkaart halen, want de GSM werkt enkel in België. In de bibliotheek kunnen we maximaal een half uurtje internetten. Waar kom je dat nog tegen, dus maar even de webmail bekijken.
    Na nog enkele bezoekjes van belangstellende campinggasten, nog wat op de computer werken en boodschappen doen, was het 15 uur en besloten we maar naar het 15 kilometer noordelijker en zonovergoten liggende Bjärsjölagard (met een otje op de laatste a) te gaan en daar vond, jawel zij weer, Marion, een mooie Calimene (trilobiet). Het beest zit nog met de kop in de kleiïge matrix maar zo te zien is het beest er wel helemaal. Een meter lager haalde ik een plaat solitaire koralen uit de wand waarvan de onderkant vol zat. Ik heb de koralen waarvan wel de indrukken in voornoemde plaat zaten uit de onderliggende bodem gehaald en beide delen gefotografeerd. De koralen breken altijd in minimaal drie stukken, het deel dat in de afdruk paste werd daar met houtlijm in gelijmd en de overige stukken in een plastiek zakje opgeborgen en van nummer voorzien. Dat nummer kraste ik ook naast het gelijmde deel. Thuis wil ik de ingebedde koralen uitprepareren en de bij de reeds deels bevestigde stukken koraal de ontbrekende delen weer aanlijmen, zo krijg ik een mooi 3-D koraal "eiland". We kregen daar ook visite van een kever waarvan ik het bestaan niet vermoedde, zo groot, bijna 5 cm, al heb ik hem niet precies gemeten. Wel veel foto`s gemaakt want een fototoestel is een verplichting om bij je te hebben.
    Het was 19 uur voor we terug naar de camping keerden, en terwijl ik zit te schrijven, realiseer ik me, dat door de berg mail die ik vanmiddag heb nagekeken en deels beantwoord, ik Sofie, wier papieren we hier hebben, ben vergeten te mailen: dat wordt toch weer een opdracht voor morgen.
    De wind is intussen gaan liggen en kunnen we toch weer buiten genieten van een lekker wijntje
    Op woensdag 6 september hebben we de hele dag geen zon gezien. Dus maar eerst even naar de bieb en gelijk per mail een nieuw pakket aan Sofie vragen, die bruine randen er rond oogt niet zo mooi al heeft het wel iets.
    Op het programma vandaag, de zuidelijke kustlijn van Brantevik en na 45 km rijden zitten we zomaar aan zee, waar bij helder weer Bornholm goed te zien is. Bij het tanken wel eventjes aan een passant vragen de tekst te vertalen en tanken kon dus nog goedkoper.
    We begonnen op de plaats waar we twee jaar geleden ook waren geweest, tegenover een café-bazaar zijn we een zandpaadje ingereden totdat we niet verder konden. Plaats zat voor wel 10 auto`s, maar wij waren daar alleen.
    Over een lattenbodem en langs een slagboompje om het weiland te betreden, daarbij zij opgemerkt dat de boer met een houten x de doorgang dusdanig versmald had dat we er maar amper met onze rugzakken door konden. De koeien worden dus ook slimmer en kunnen deze poortjes openen...
    Onze 2 kaarten leken elkaar nogal tegen te spreken met betrekking tot horizonten, waar de één alleen de dagzomende zandsteenformaties vermeldde, was de andere georiënteerd op de fossiellijsten en waren er hier en daar geen wegen waar ze wel hoorden te zijn. Wat verwarrend, maar omdat we hier twee jaar geleden al een dag hadden door gebracht wisten we wat we hier konden verwachten, kleine Brachiopoden en Agnostus pisiformis vervellingen.
    We besloten om een stuk door te rijden waar op een kaart aangegeven was dat daar ongeveer de grens was tussen Onder-Ordovicium en Boven- Cambrium, net ten noorden van Gislövshammar. Een zandpaadje voert naar enkele vakantie huisjes en inderdaad vielen we met onze neus in de boter en vonden we de Andrarum kalken met daarin Olenus en Agnostus Pisiformis, allemaal in zwarte door het water in kleine plaatjes of blokjes verbrokkelde aluinschalies met daarin onze veelpotige vrienden. Je hebt wel een mesje nodig om de plaatjes te scheiden.
    Er waren prachtige Dictyonema graptolieten (die waaieren van een steeltje uit tot een brede v-vorm) te vinden, evenals kleine schelpen, Acrothele granulata.
    Omdat de lagen van het zuiden naar het noorden ouder worden, zijn we telkens een 100 tal meter opgelopen en hebben daar opnieuw het punt vastgelegd met de GPS op 3 meter nauwkeurig, waarbij we op onze knieën door het puin en gruis kruipend monsters namen die ons vertelden waar we ongeveer zaten.
    5 punten hebben we zo gemarkeerd en daarbij vastgesteld dat we begonnen in (1) Olenus kalken, vervolgens (2) enkel Agnostus met uitzonderlijk een Olenus, en (3) kalken met pleura van Paradoxides en veel Agnosten maar ook een soort met een stekel achter aan het cranidium en dat zou een Ctenopyge kunnen zijn, ware het niet dat deze in het Boven-Cambrium vernoemd wordt en we zaten wel degelijk ergens in het Midden-Cambrium gezien de Paradoxides vondsten (dachten we). Ik moet thuis nog uitzoeken of de twee samen op een stuk voorkomen want dat kan ik zo niet meer zeggen. Mogelijk zijn stukken in de winter door ijsbewegingen getransporteerd. Dan (4) na 50 meter een enkele vondst van een handstuk met Exalsuskalk overvol Orusia lenticularis, een kleine Brachiopode die in het Boven-Cambrium voorkomt. En bij punt (5) ten slotte vond ik stukken met Olenus en ook een Peltura scarabeoides pygidium die eigenlijk weer Boven-Cambrium horen te zijn.
    Hiermee wordt mijn idee over de in Andrarum gevonden Brachiopode bevestigd, de Orusia is breder, ronder met meer fijne ribben, de in Andrarum gevonden Brachiopode lijkt meer op een Rhynchonellida, meer driehoekig gevormd met enkele grove ribben en een vrij spitse punt. Toch een erg leuke vondst.

    De conclusie ligt voor de hand dat we voortdurend in het Boven-Cambrium zochten met een uitzondering op slechts één handstuk op lokatie 3 waar Paradoxides resten gevonden werden.
    Zijn de Paradoxidesresten dan door ijsbewegingen verplaatst? Of zijn andere vondsten ten noorden van de Paradoxidesresten verplaatst? We zullen alles thuis goed door moeten nemen, op de buitenlocaties moet alles vrij snel zonder naslagwerk en dat is natuurlijk niet optimaal.
    We ondervonden net als maandag dat het lastig is om te zien waar de auto ongehinderd een poos kan staan zonder dat je kilometers moet lopen om op de locatie te komen, al die vakantiehuisjes waarvan er sommige permanent bewoond worden hebben alleen een parkeerplaats voor zichzelf en je zet de auto niet zomaar op een ander zijn erf hé?
    Als de weergoden het toelaten komen we hier terug want we zijn om 18.45 uur gestopt door de motregen en donderdagochtend regent het bijna voortdurend: wat mottend en dan weer harder. Dus besluiten we om zondag pas terug te gaan naar onze vrienden bij Trelleborg en maandagochtend de boot om 8.15 uur naar Sassnitz te nemen, dus we hebben nog enkele dagen te gaan.
    Overigens mogen we wel een voorbeeld nemen aan de Zweden, die rijden allemaal met licht aan overdag en zijn derhalve van grote afstand zichtbaar, zeker in bosrijke omgeving waar je af en toe door donkere tunnels rijdt en als je dan in een door zon beschenen stuk komt zie je tenminste of je tegenliggers hebt. Dat is iets, waar ik ‘s morgens, als ik naar mijn werk rijdt, nog al eens mee te maken heb, tegenliggers in het halve donker onder bomen en dan hebben ze nog niet eens lichten aan, zorg dat je gezien wordt is de boodschap.

    Het is donderdag 7 september en druilerig weer. Om 14:00 uur als het droog blijkt te blijven, passeren we eerst de bibliotheek om onze terugtocht te boeken via Internet. Het was al vlug 15:00 uur als we naar Andrarum vertrokken om daar eerst rond te rijden om de watermolen waar de plaats Forsemölla naar genoemd is te ontdekken; dat was vrij snel gepiept, enkele honderden meters verder achter een enorme landbouwschuur lag het ding tussen de bomen langs een snel stromende beek.
    De vindplaats was volgens de kaart aan de andere kant van het water, dus moesten we een aanvalsplan maken door de bush, het was net Robinson Crusoë of zo. Kruip door en sluip door, langs de steile helling, de waterloop stroomopwaarts volgend met soms een brede volgroeide oever vol varens zodat je niet kon zien of je op het droge was of voor Jezus speelde die over water liep. Soms was er amper plaats om je voeten droog weg te zetten op een smalle stenenrand om dan ook nog te worstelen met struiken die menen dat ze daar de meeste rechten hebben en hun best deden om ons in de plomp te doen belanden.
    Maar uiteindelijk vonden we toch een paar goed uitziende ontsluitingen waar vrij makkelijk de blokken uit de wand te nemen waren en die lieten zich ook nog eens goed splijten, kortom de stenen werkten mee maar er zat nog geen dode pier in, njente niets. Dus weer verder geploeterd. Tegenover het huis naast de watermolen waar we echt niet verder konden dan door diep snel stromend water, was weer een ontsluiting. Deze stond ook daar op de kaart aangeduid en leverde ons wèl een dode pier op: één wormgang. Na nog wat foto`s gemaakt te hebben en omhoog geklauterd de 15 meter hoge helling op, ben ik toch nog verderop terug afgedaald om in een stukje drooggevallen bedding de stenen vloer, een aflopende brede strook keiharde zandsteen, mijn geluk te beproeven. Behalve bramen aan de kapzijde van mijn kaphamer leverde dat niets op, de vonken vlogen er af. Iets was zeker: het was een mooie wandeling maar geen fossielenvindplaats.
    Terug bij de auto besloten we door te lopen naar Stora Brottet, de middelste groeve waar we eigenlijk nog niet echt aan toegekomen waren. We moesten de lagen verticaal wat doorspitten om uiteindelijk zo ongeveer op de rand waar de puinhelling begint een zeer fossielrijke band met Olenus te vinden en nu mocht ik 4 complete exemplaren uit de wand halen, die mee zijn gegaan. Ik weet niet hoeveel er in onze handen verbrokkeld zijn, ze zijn erg kwetsbaar, zeker als het nat is. O ja, je móét een scherp mes bij je hebben om de plaatjes te scheiden, anders breek je alles kapot. Even na 19.00 uur was het tijd om naar de camping teruggegaan.
    Een volle maan staat op ons neer te kijken terwijl het erg hard afkoelt, we gaan maar naar binnen, naar ons kacheltje.

    Vrijdag 8 september, een stralende dag vandaag, ronduit warm, maar normaal voor hier, erg winderig. Zoals gebruikelijk vertrokken we rond de middag naar Flagabro, een nieuwe locatie vlak bij het welbekende Listarum.
    We reden zoals beschreven naar een hoeve waar een bruggetje lag. De gebouwen die op het kaartje stonden waren alleen nog in skeletvorm te herkennen en het huis was weliswaar onbewoond maar er hadden denk ik krakers in gezeten: wat een bende. Maar goed , terug naar het bruggetje, daar zouden volgens de bijbehorende fossiellijsten enorme aantallen van uiteenlopende levensvormen in moeten zitten, maar we hebben de hele oever van onder tot boven doorgespit op de aangegeven plaatsen en wat we vonden waren erg kleine schelpjes, meer niet.
    Toen nog even door naar groeve Killeröd die langs het zelfde paadje lag, dat was de volgende teleurstelling, dit erg diepe gat werd volgegooid met afval en puin.
    Ik heb links en rechts de nodige foto`s en GPS punten vastgelegd en we zijn doorgereden naar Listarum dat misschien 100 meter verderop ligt, alleen het is niet van daaruit te bereiken door de metershoge brandnetels.
    Listarum is een Ordovisische kalkgroeve waar veel Orthoceren en Trilobieten voorkomen, alleen is de conservering erg slecht te noemen. Het is een groeve die niet per auto te bereiken is en daarom moeilijk te vinden, op een kwartier lopen vanaf de weg. Met goede gedetailleerde kaarten is het echter goed te doen.
    Toch hebben we er al diverse complete opgerolde en gestrekte Nilenus, diverse pygidia van Asaphus en Megistaspus soorten uitgehaald, ook nu in het laatste anderhalf uur van de dag nog een prachtige opgerolde Nilenus en verschillende pygidiums gevonden.

    Zoals gewoonlijk beginnen we zaterdag 9 september rustig. Na de middag gaat het weer richting Brantevik. Tegenover het cafetaria/Bistro/Kunst- en Antiekhandel, bij de 4 vlaggenmasten, gaan we linksaf tot bij het bos en de weilandrand. Via het bekende slagboompje, tussen de koeien door, naar het keienstrand gehobbeld. We wandelen rechtsaf richting Gislövshammar, tot punt 5 waar we de vorige keer uitgemiezerd zijn. Het is in totaal hoogstens een kilometer naar de Ordoviciumpunt, dus makkelijk allemaal te belopen, zo zijn we weer om de 50 meter een meet- en raappunt gaan indelen tot we weer terug bij het begin punt (punt 10) waren.
    Oleniden hebben ons nog lang achtervolgd, Orusia ook, maar op het laatst waren het toch alleen nog maar enkele soorten Agnostiden die naar het Onder-Cambrium overbleven samen met kleine concentrisch gelijnde schelpjes, daar waar de Orusia duidelijk radiaalbeript was, waarschijnlijk Linguliden. Overigens hebben we beide soorten samen op een steen aangetroffen en soms wel meerdere soorten, dus die hebben zeker samen geleefd.
    Ik heb hier natuurlijk geen bibliotheek bij me en behelp me met de nomenclatuur van wat ik uit de diverse reis- en excursiegidsen, maar ook uit de oude (sommige uit 1959 daterende) vindplaatsbeschrijvingen kan herleiden. Ik ben er van overtuigd dat ik thuis met de hulp van de boeken van o.a Prof Geys wel kan aanduiden om welke soorten het allemaal gaat.

    Zondag 10 september, breken we de boel op en gaan na de middag naar onze vrienden in Höllviken waar het weer gezellig was. Goed eten en drinken. Maar het was een korte nacht want om 8:15 uur vertrekt onze boot in Trelleborg naar Sassnitz. Van daaruit gaat het richting Tsjechië voor onze tweede etappe van deze reis. Maar dit is voor een volgend verslag.

    Zweden is zeer fossielrijk en al is het maar om alles eens te bekijken het is de moeite waard om eens een bezoek te brengen.

    Ton Agterbos.







    >> Zie ook de Publicaties van de landelijke NGV


    © NGV 2002-2010 webmaster@geologischevereniging.nl

    Suggesties:

    NGV-Geonieuws elektronisch geologisch tijdschrift

    GAC Geologisch Activiteiten Centrum met themadagen, workshops en cursussen

    Grondboor & Hamer geologisch tijdschrift

    NGV Agenda met alle activiteiten