|
REISVERSLAG NAAR ZWEDEN (Deel 1) pagina NGV afdeling MaasWaarden
|
REISVERSLAG NAAR ZWEDEN (Deel 1)
In een aantal afleveringen vindt u hieronder een verslag van Ton Agterbos over zijn vakantiereis naar Zweden.
Reisverslag van Ton Agterbos naar Zweden.
Voor de tweede maal gingen we op zoek in Zweden, deze maal gewapend met de laptop om zo vlug mogelijk alle ervaringen op te schrijven. Naast de paleontologie worden ook natuur en cultuur beschreven.
De gegevens over de vindplaatsen in Zweden komen van kennissen maar dateren soms van 1959…. Niet echt up to date maar nooit geschoten is altijd mis denken we maar, we hebben dan ook maar enkele oudjes in het programma opgenomen. Het boek "Fossilien sammlen in Südskandinavien" van Palle Gravesen dat een belangrijke basis vormt voor de kennis naast de ervaring die we twee jaar geleden bij ons eerste bezoek hebben opgedaan is een must.
Op zondag 27 augustus vertrokken we om 16:45 uur vanuit Meerle, het noordoostelijke punt van België voor een rit van 600 km naar Travemünde ten NO van Hamburg. Waar we ditmaal kozen voor de Ferry naar Scandinavië. Dus geen rit langs bruggen en door tunnels naar Zweden, maar goedkoper en bovendien kom je uitgerust aan en dat is maar mooi meegenomen. Vandaag rijden we maar een 200 km. en slapen daar een paar uurtjes bij Ton zijn moeder. Want we moeten maandag vroeg uit de veren: om 4.30 uur gaat onze tocht verder naar Travemünde. Door de files bij Hamburg was er geen tijd meer om LPG te tanken, de boot vertrok om 10.00 uur stipt.
De Peter Pan die in 2001 te water werd gelaten was nog een vrij nieuwe boot. Op zijn Duits zaten we in het zelfbediening restaurant aan tafel van 09.50 uur tot 11.00 uur, om van alles te proeven om zo heel de dag geen honger meer te krijgen. Gelukkig konden we in onze hut een paar uurtjes slapen, dit wil zeggen liggen ronken als een diesel tot 14.00 uur. Af en toe in de zon genieten met een boekje en een drankje was een prima voorwaarde voor een fijne reis. In Zweden scheen de zon, dus maar vlug naar Lars en Linda (kennissen van 2 jaar geleden) voor onze eerste overnachting. Het was erg gezellig en we hebben goed geslapen na een flink eet- en drinkgelag. We hadden bier, whisky en wijn, op bestelling in redelijke hoeveelheid meegenomen, want hier is alcoholische drank wel erg duur.
Dinsdag 29 augustus weer om 4 uur op pad naar de camping Sjöbo. Er vielen vandaag behoorlijk wat buien en de vouwwagen moest dus in de regen worden opgezet. Alles verliep heel vlug (teamwork) en onze spullen bleven toch droog.
Deze camping is zeker aan te bevelen, niet groot, maar ideaal voor het naseizoen. Kleine keuken met magnetron en elektrische kookplaten zijn gratis ter beschikking, alsook zuiver sanitair en douches. Normale prijzen en men spreekt er Engels. (http://www.orebacken.se).
Woensdagmorgen, hoe raad je het, werden we wakker met jawel, regen, dus hebben we ons nog maar een keer omgedraaid, maar ja, de hele dag in bed is ook niet alles dus om een uur of tien zijn we toch maar opgestaan.
Na een rustige start zijn we tussen de buien door dan toch vertrokken om 25 km verder naar Andrarum te gaan, een Cambrische Aluinschalie groeve. Vroeger was het hele midden en Boven Cambrium hier ontsloten, maar door vollopen met water en begroeiing zijn de onderste lagen niet meer toegankelijk dus blijven de onder Cambrische Exsulans kalken buiten bereik.
We hebben leuke dingen gevonden. Alleen van de Orde Agnostus zijn er al 6 verschillende soorten te vinden, ook Olenus in enkele soorten, in totaal volgens de literatuur wel 15 soorten Trilobieten. In het veld is het moeilijk determineren zeker als het materiaal nat en breekbaar is.
We zijn begonnen in de eerste put, opgezadeld met de mooie naam `Djupet`, hier hebben we veel Agnostus pisiformis (denk ik) vervellingen gevonden, ook Olenus maar ik moet de andere namen voorlopig schuldig blijven. De schalies waren door de overvloedige regen zo verzadigd dat ze zeer breekbaar waren. Ik heb in ieder geval één compleet exemplaar gevonden in een handvol schilvers en dat is voorzichtig in een bakje gegaan om langzaam te drogen en dan later maar zien dat het geconserveerd kan worden. We hebben fossielrijke blokken meegenomen zodat we thuis de boel voorzichtig kunnen uitprepareren, zowel van de Andrarumkalk als de schalies die daaronder liggen.
De Hyolietenkalk die de bovenlaag van de Midden Cambrische lagen markeert, die daar weer onder moet liggen, zullen we één der komende dagen proberen te bereiken. Het is lastig zoeken op een steile helling met los materiaal waar je voortdurend weet dat met elke stap trilobieten verbrijzeld worden, daarbij zit je onder de bomen in slecht licht en onderaan de helling wacht het koude water je grijnzend op....
Vervolgens hadden we een regenbuipauze en toen hebben we nog een uurtje in de middelste groeve, genaamd Stora Brottet, rondgebanjerd met minder leuke vondsten dan in de Djupet, enkel Olenus vervellingen en dan ook nog zoals ook meest in de Djupet: cranidiums en een enkele Agnostus- vervelling.
Mijn echtgenote Marion deed zoals gebruikelijk weer de opmerkelijkste ontdekking door een map, verloren door iemand van de Universiteit, met wel 30 pagina`s vol gegevens over Trias- en Juraontsluitingen, alsmede gegevens over Andrarum met geologische kaarten, alles kletsnat en aan de randen aangetast door ijzerhoudend water dat daar flinke roestsporen op achtergelaten had.
Ik heb op de camping geprobeerd de papieren los te krijgen en ze te drogen; het bladzijden waren dermate stevig ondanks het vocht, dat, met een scherp mesje, ze stuk voor stuk eenvoudig vaneen te nemen waren. Soms verkleefde het papier op foto`s, hetgeen de zaak wel bemoeilijkte maar uiteindelijk is alles goed leesbaar uitgelegd in de auto, waar niets anders meer te zien was dan papier. Leuk detail: de naam van de eigenaresse (duidelijk een blonde studente) stond bovenaan enkele vellen, evenals in potlood de datumvan de excursie: 5-11-'05 .
Op donderdag 31 augustus is het lekker zoekweer: een beetje zon, een beetje bewolkt bij een 18*. Eerst maar de nog niet volledig gedroogde papieren uitleggen en nog enkele vondsten bestuderen en eventueel nog namen geven. ... Volgens mij hebben we Olenus truncatus en Olenus gibbosus, die een veel bredere rand voor het langere cranidium (de kop) heeft, gevonden, evenals Agnostus pisiformis. Wellicht ook andere soorten, maar dat moet onder de microscoop blijken.
Nog even tanken (veel goedkoper dan bij ons) en dan vlug terug naar Andrarum. We hadden ons gisteren georiënteerd en vandaag wilden we Djupet zijn profiel blootleggen om in de hyolietenlaag, die 15 cm dik is, de zo raadselachtige dieren te vinden. Nou om kort te gaan, dat is dus niet gelukt.
Volgens oude beschrijvingen zou het profiel van boven naar beneden bestaan uit 1,5 m Aluinschalie, dan 1 m Andrarumkalk, die overigens bikkel hard is, dan 30 cm schalie bomvol van de boven beschreven Olenus resten welke de onderste lagen van het Boven-Cambrium markeren. Verder 15 cm Hyolietenkalk die de bovenlaag van het Midden-Cambrium markeren, waarna de 14 meter Aluinschalies fossielarm de grond en dus het water in gaan.
In mijn enthousiasme was ik al 1,5 meter schalies aan het vrijleggen toen ik de kalken miste. Omhoog kijkend ontdekte ik dat een deel van de dikke harde kalklaag (Anthraconiet banken) daar naar beneden geschoven was, over de fossielrijke schalielagen. Ik ben toen weer naar boven geklauterd en vond naast de afgeschoven blokken toch nog een goed toegankelijk maar onder kleilagen afgedekt profiel waar we hele blokken met dunne plaatjes uit konden nemen en onderzoeken. Met de GPS werd de locatie secuur vastgelegd.
Het profiel is vrijgelegd, we vonden lagen met enorme massa`s resten van Olenus truncatus en gibbosus, zelfs complete vervellingen zonder de vrije wangen, maar geen Hyolietenkalk.
Marion besloot een profiel dat in de NW wand zichtbaar was op dezelfde hoogte als waar ik in bezig was te bekijken en daar haalde ze net als in het eerste profiel enkele heel mooie vondsten uit, zelfs een brachiopode van 2 mm, een Orusia lenticularis?, (beschreven uit de laatste groeve, de Caroli Schakt) de oudstebrachiopode die ik nu in mijn bezit heb.
Mijn eerste indruk van deze brachiopode was dat hij minder in aantal en meer geprononceerde ribben had dan de Orusia die in mijn documentatie afgebeeld is dus ik houd die naam even onder voorbehoud.
Onder de bomen werd het te donker, het was al 19.00 uur geweest, dus eerst maar de vondsten opbergen in de auto, om vervolgens naar groeve 2, Stora Brottet te gaan waar de GPS weer zijn dienst deed, geen bomen dus voldoende licht. En nog maar verder naar de derde groeve, de Caroli Schakt;volgens de beschrijving zou daar de Cambrische Orusia lenticularis en de Trilobiet Parabolina spinulosa te vinden zijn.
Nou, we hebben de ontsluiting gevonden,maar het was te donker om echt te zoeken dus enkel de coördinaten opgeslagen. Het was 20.00 uur voor we met onze vuile kleren in Sjöbo een winkel indoken om nog wat avondeten te organiseren.
Dat winkelen doen meer mensen met werkkleding aan dus daar kijkt niemand van op behalve bij de kassa als het blijkt dat je taalbeheersing bij smörrebröd ophoudt,maar daar is mee te leven en als ze je elke dag zo zien, kijken ze daar ook niet meer van op denk ik zo.
Gisteren hebben we enkele van die harde kalken meegenomen, die heb ik vanavond in wat handzame stukken geslagen, ze zitten overvol Olenus en een enkele Agnostusvervelling. Een aantal van deze brokken ligt met ander "overtollig" materiaal links van het paaltje van onze standplaats, nr. 15. Dus daar kun je starten.
Ik weet niet of de Andrarumkalk en de Anthraconietbanken identiek zijn maar daar zou het mis kunnen gaan in mijn idee over het gevonden profiel, wellicht zit het profiel meters onder water.
Het blijft toch vaak koffiedik kijken en hopen dat je het bij het goede eind hebt, immers toen het profiel vastgesteld werd was de groeve nog goed toegankelijk en overzichtelijk. Wij ploeteren onder bomen in een laag klei en veel losliggend gesteente dat elk overzicht op het pakket ontneemt. We nemen zoveel mogelijk foto`s en filmen de locaties om de data zo optimaal mogelijk bij de fossielen te houden en zo in de toekomst de juiste vindplaats wetenschappelijk te bewijzen.
|